**1..** Het college ziet af van het opleggen van een bestuurlijke boete en volstaat met het geven van een schriftelijke waarschuwing als:
de schending van de inlichtingenverplichting niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag;
het benadelingsbedrag niet hoger is dan €150,- en er geen sprake is van opzet of grove schuld; of
de belanghebbende binnen een termijn van 60 dagen alsnog uit eigen beweging de juiste en volledige inlichtingen verstrekt, tenzij:
het college de overtreding al zelf heeft geconstateerd en kenbaar heeft gemaakt aan belanghebbende; of
de belanghebbende de inlichtingen verstrekt in het kader van toezicht op de naleving van de inlichtingenverplichting.
**2..** In aanvulling op het eerste lid wordt er geen schriftelijke waarschuwing afgegeven en vindt er geen boeteonderzoek plaats als er sprake is van een aanvraag volgens de Participatiewet, IOAW of IOAZ die:
wordt ingetrokken;
buiten behandeling wordt gesteld;
wordt afgewezen op grond van het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting.
**3..** In afwijking van het eerste lid wordt bij recidive geen waarschuwing gegeven. Het college legt in dat geval een bestuurlijke boete op overeenkomstig artikel 5.5 Hoogte van de bestuurlijke boete, waarbij de hoogte wordt vastgesteld op basis van de mate van verwijtbaarheid en het benadelingsbedrag met een minimum van €150,-.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.3
Waarschuwingen en uitzonderingen
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW en IOAZ Voorne aan Zee 2026