Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.6

Verwijtbaarheid

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW en IOAZ Voorne aan Zee 2026

1.. De mate van verwijtbaarheid van de belanghebbende wordt vastgesteld op basis van de omstandigheden waaronder de inlichtingenverplichting niet, niet tijdig of onjuist is nagekomen. De verwijtbaarheid wordt onderscheiden in vier categorieën: opzet: doelbewust handelen, feiten of omstandigheden verzwijgen of onjuiste informatie verstrekken om een onterechte uitkering te verkrijgen of behouden. grove schuld: ernstige nalatigheid die in redelijkheid aan de belanghebbende kan worden toegerekend, zonder dat er sprake is van opzet. normale verwijtbaarheid: de inlichtingenverplichting is geschonden zonder dat er sprake is van verzwarende of verzachtende omstandigheden. verminderde verwijtbaarheid: er zijn verzachtende omstandigheden die de gedraging deels verklaarbaar maken. 2.. Bij de beoordeling van de mate van verwijtbaarheid houdt het college rekening met: de aard en ernst van de schending van de inlichtingenverplichting. de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende, waaronder sociale, medische of psychische problematiek. de mate waarin de belanghebbende redelijkerwijs in staat was om de inlichtingenverplichting na te komen. 3.. Als het college vaststelt dat er geen sprake is van verwijtbaarheid, wordt geen bestuurlijke boete opgelegd. In ieder geval wordt geen verwijtbaarheid aangenomen als: de belanghebbende uit eigen beweging alsnog de juiste inlichtingen verstrekt voordat het college de overtreding heeft geconstateerd en kenbaar heeft gemaakt aan belanghebbende, zoals bedoeld in artikel 5.2, lid 2 van deze beleidsregels. de belanghebbende aantoonbaar vanwege een sociale, psychische of medische beperking niet in staat was aan de inlichtingenverplichting te voldoen. er sprake is van een feitelijke handelingsonbekwaamheid of een andere situatie waarin de belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden geacht de inlichtingenverplichting na te komen. 4.. In ieder geval is geen sprake van verminderde of geen verwijtbaarheid als: de belanghebbende de Nederlandse taal onvoldoende beheerst maar redelijkerwijs toegang had tot hulp of ondersteuning. de belanghebbende langdurig niet in staat is geweest zijn belangen te behartigen zonder aantoonbare reden of zonder dat hulp is gezocht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel