Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.5

Hoogte van de bestuurlijke boete

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW en IOAZ Voorne aan Zee 2026

1.. De hoogte van de bestuurlijke boete wordt vastgesteld op basis van het benadelingsbedrag en de mate van verwijtbaarheid van de belanghebbende. 2.. De boete wordt vastgesteld op de volgende percentages van het benadelingsbedrag: opzet: 100% van het benadelingsbedrag; grove schuld: 75% van het benadelingsbedrag; normale verwijtbaarheid: 50% van het benadelingsbedrag; verminderde verwijtbaarheid: 25% van het benadelingsbedrag. 3.. De hoogte van de bestuurlijke boete wordt niet hoger dan het boetemaximum, zoals vastgelegd in de geldende bepalingen van het Wetboek van Strafrecht. 4.. De vastgestelde boete wordt naar beneden afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van € 10,-. 5.. Het college beoordeelt in elk individueel geval of de vastgestelde boete passend is, gelet op de ernst van de overtreding (artikel 5.6 lid 2a), de mate van verwijtbaarheid (artikel 5.6), en de persoonlijke en financiële omstandigheden van de belanghebbende, waaronder de draagkracht (artikel 5.9). Indien toepassing van de standaardboete in een concreet geval tot een onevenredige uitkomst leidt, wordt de boete gematigd of achterwege gelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel