Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.1

Giften

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW en IOAZ Voorne aan Zee 2026

1.. Onder gift wordt verstaan een ontvangst in geld of in natura uit vrijgevigheid door een natuurlijk persoon of instelling waarbij geen sprake is van een tegenprestatie, wederdienst of een verplichtend karakter. 2.. Het college rekent giften niet tot de middelen, voor zover giften in totaal niet meer bedragen dan het in artikel 31 lid 2 onder m Participatiewet genoemde bedrag per kalenderjaar. 3.. Het in artikel 31 lid 2 onder m Participatiewet genoemde bedrag geldt zowel voor een alleenstaande (ouder) als voor gehuwden/ samenwonenden. 4.. Als het totaalbedrag aan giften in een kalenderjaar onder het in artikel 31 lid 2 onder m Participatiewet genoemde bedrag blijft, hoeft de belanghebbende de giften niet bij het college te melden. Zodra het totaalbedrag aan giften in een kalenderjaar meer dan in artikel 31 lid 2 onder m Participatiewet genoemde bedrag bedraagt, geldt de inlichtingenplicht, zie artikel 3.1 Inlichtingenplicht van deze beleidsregels. Indien nodig wordt met belanghebbende wordt een advies opgesteld op welk moment een gift moet worden gemeld om schending van de inlichtingplicht te voorkomen. 5.. Giften boven in artikel 31 lid 2 onder m Participatiewet genoemde bedrag worden aangemerkt als middelen indien zij niet verantwoord zijn uit oogpunt van bijstandsverlening. 6.. Een gift van de voedselbank of kledingbank of een vergelijkbare instelling wordt niet aangemerkt als gift en telt niet mee voor het vrijlatingsbedrag. Deze gift hoeft niet aan het college te worden gemeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel