**1..** De bijstand voor de belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf, heeft de vorm van een geldlening in de vorm van een krediethypotheek als het in aanmerking te nemen vermogen in de woning met bijbehorend erf op basis van de meest recente WOZ-waarde of recente taxatie door een erkend taxateur meer is dan het bedrag van de hypotheekschuld + het vrij te laten vermogen zoals bedoeld in artikel 34, lid 2 sub d, Participatiewet.
**2..** Er is geen vestiging van hypotheek nodig als de te verstrekken bijstand naar verwachting korter is dan zes maanden. De bijstand wordt wel verleend in de vorm van een lening (zonder vestiging van hypotheek). In dat geval zal aan het recht op de uitkering de voorwaarde worden verbonden op enig moment alsnog een krediethypotheek te kunnen vestigen.
**3..** De kosten verbonden aan een eventuele taxatie, de hypotheekakte, de inschrijving van de hypotheek en alle overige bijkomende (notaris)kosten, komen ten laste van de belanghebbende.
**4..** Wanneer het college besluit tot het vestigen van een krediethypotheek wordt in de beschikking opgenomen dat belanghebbende verplicht is mee te werken aan het tot stand brengen van de krediethypotheek als deze nog niet voor de bijstandsverlening is verstrekt.
**5..** Bij het niet nakomen van de verplichting tot vestigen van een krediethypotheek wordt de bijstand afgewezen of wordt het recht op bijstand herzien.
**6..** De bijstandsgerechtigde is vrij in zijn keuze welke notaris hij wil inschakelen.
**7..** Als binnen een periode van twee jaar na beëindiging van de bijstandsverlening onder verband van krediethypotheek wederom het recht op bijstand bestaat, wordt deze verleend met toepassing van het laatst gevestigde hypotheekrecht.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.2
Krediethypotheek en geldlening
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW en IOAZ Voorne aan Zee 2026