Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Overbruggingsuitkering

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand Voorne aan Zee 2026

1.. In afwijking van artikel 2.4, lid 1 geldt dat inkomen boven de 100% van de geldende bijstandsnorm wordt gerekend als volledige draagkracht. 2.. De zelfstandig wonende belanghebbende die over geen of onvoldoende middelen beschikt om in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien vanaf de aanvang van de bijstandsverlening tot de eerste uitbetaling van het volledige maandbedrag van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, komt in aanmerking voor een overbruggingsuitkering levensonderhoud. 3.. In afwijking van lid 2 kan aan een belanghebbende die voor een korte periode over geen of onvoldoende middelen beschikt voor boodschappen in aanmerking komen voor een overbruggingsuitkering broodnood. 4.. Een overbruggingsuitkering levensonderhoud wordt verstrekt in de vorm van bijzondere bijstand om niet, tenzij de noodzaak tot het verstrekken van een overbruggingsuitkering levensonderhoud het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. 5.. Een overbruggingsuitkering broodnood is in beginsel een lening. 6.. De hoogte van de overbruggingsuitkering levensonderhoud bedraagt maximaal de voor de belanghebbende toepasselijke bijstandsnorm voor één maand, exclusief vakantietoeslag, hierop wordt in mindering gebracht: beschikbaar inkomen; vermogen dat meer is dan anderhalf maal de van toepassing zijnde bijstandsnorm en waarover de belanghebbende redelijkerwijs direct kan beschikken. 7.. De overbruggingsuitkering kan – als de omstandigheden daarom vragen – ambtshalve worden toegekend. Toelichting op de beleidsregels Artikel 3.1 Overbruggingsuitkering Een overbruggingsuitkering levensonderhoud kan worden versterkt om de betaalperiode tot de eerste betaling van de algemene uitkering levensonderhoud te overbruggen, omdat daarvoor geen middelen beschikbaar zijn. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld een statushouder die zich vanuit een opvangcentrum zelfstandig vestigt binnen de gemeente, of iemand die na een verbroken relatie andere huisvesting moet betrekken. In die gevallen waarin de belanghebbende door de betaling achteraf in de problemen dreigt te raken kan een overbruggingsuitkering levensonderhoud worden verstrekt. Een overbruggingsuitkering levensonderhoud mag niet in de plaats komen van het verstrekken van een voorschot voor levensonderhoud, zoals neergelegd in artikel 52 Participatiewet. Als de belanghebbende tot de ingangsdatum van het recht op algemene bijstand inkomsten ontving, bestaat er geen recht op een overbruggingsuitkering levensonderhoud. De overbruggingsuitkering levensonderhoud is bijzondere bijstand. Het is een onbelaste uitkering. Op het moment dat een belanghebbende geen middelen meer heeft om boodschappen te doen, kan de belanghebbende een overbruggingsuitkering broodnood aanvragen. De belanghebbende moet aantonen dat er onvoldoende middelen zijn om boodschappen te doen. De overbruggingsuitkering broodnood is enkel bedoeld om boodschappen te doen. De hoogte van de overbruggingsuitkering broodnood is maatwerk, maar het betreft een beperkt bedrag met het doel om voor een korte periode boodschappen te kunnen doen. Gezien de spoedeisendheid kan deze overbruggingsuitkering als (kas)voorschot worden verstrekt. De overbruggingsuitkering broodnood is in beginsel een lening, welke op de gebruikelijke wijze kan worden verrekend met de uitkering Participatiewet dan wel via een betalingsregeling bij geen recht op bijstand. Mede gezien de spoedeisendheid die bij de overbruggingsuitkering broodnood regelmatig speelt, kan volstaan worden met een ambtshalve toekenning als de omstandigheden hierom vragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel