**1..** Indien de belanghebbende als erfgenaam wordt of kan worden aangemerkt kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke uitvaartkosten, zover de nalatenschap hiervoor geen of onvoldoende middelen bevat.
**2..** In de situatie dat belanghebbende als erfgenaam geen opdracht geeft voor de lijkbezorging is de Wet op de Lijkbezorging van toepassing en is er geen recht op bijzondere bijstand.
**3..** De Wet op de lijkbezorging is geen voorliggende voorziening in de zin van artikel 15 van de Participatiewet.
**4..** De bijzondere bijstand bedraagt ten hoogste € 5.000,-. In aanvulling op dit bedrag kan het college bijzondere bijstand verstrekken voor de mortuariumkosten tot ten hoogste € 750,-.
Toelichting op de beleidsregels
Artikel 8.1 Uitvaartkosten
Het uitgangspunt is dat iedereen tijdens zijn leven dient te zorgen voor voldoende vermogen of een verzekering voor de kosten van een uitvaart. Er kunnen zich twee situaties voordoen:
Een naaste, bijvoorbeeld een erfgenaam, geeft opdracht voor de lijkbezorging.
De erfgenamen geven geen opdracht voor de lijkbezorging. In dat geval heeft de Burgemeester op grond van de Wet op de lijkbezorging de verplichting om opdracht te geven tot begraven of cremeren.
In het geval dat de erfgenamen geen opdracht geven voor de lijkbezorging, is de burgemeester verplicht om op grond van de Wet op de lijkbezorging opdracht te geven tot cremeren of begraven. De kosten van de lijkbezorging komen ten laste van het college (artikel 22 Wet op de lijkbezorging). Het college kan deze kosten weer verhalen op de nalatenschap en de nabestaanden. In van geval van meerdere erven zijn alle erfgenamen naar rato verantwoordelijk voor de uitvaartkosten. De erfgenaam kan voor haar deel van de uitvaartkosten bijzondere bijstand aanvragen in de gemeente waar zij woonachtig is. Het college mag gemotiveerd afwijken van het vastgestelde bedrag als daar gegronde redenen voor zijn. Zo zullen de kosten van begraven altijd hoger zijn dan cremeren. In dat geval kan een hoger bedrag dan in lid 3 is opgenomen aan bijzondere bijstand worden verstrekt, bijvoorbeeld als deze kosten in een regio gemiddeld hoger zijn. Er dient bewijs te worden overlegd waaruit de kosten van de uitvaart blijkt, de eventueel aanwezige uitvaartverzekering en bewijs dat de kosten niet uit de aanwezige nalatenschap van de overledene kunnen worden betaald. Als de bijstandsnorm wijzigt als gevolg van het overlijden van een gezinslid, maar er blijft wel recht op bijstand, dan wordt de bijstand aan de andere echtgenoot, de ten laste komende kinderen of de gewezen alleenstaande ouder tot en met één maand na de dag van het overlijden betaald naar de norm die van toepassing was op het moment van overlijden. Deze overlijdensuitkering is een voorliggende voorziening net als een begrafenisverzekering (in natura) en of een erfenis.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.1
Uitvaartkosten
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand Voorne aan Zee 2026