In dit statuut wordt verstaan onder:
derivaten: financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren;
financiële instellingen: kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen, gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER), en onder Nederlands of anderszins EER-toezicht vallen, zoals De Nederlandsche Bank;
geldstromenbeheer: al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);
kasgeld: kortlopende leningen zonder tussentijdse aflossingen tegen veelal specifieke voorwaarden en met een looptijd van maximaal 1 jaar;
kasgeldlimiet: een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar;
Medium Term Notes (MTN): vastrentende waarden met een looptijd van tussen de 5 en 10 jaar, die tussentijds verhandelbaar zijn;
onderhandse lening: lening waarbij een geldnemer rechtstreeks geld leent van een geldgever, waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg worden vastgesteld;
rating: een creditrating door een rating agency, die de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier aangeeft (oordeel over de kredietwaardigheid);
rating agency: een bureau dat een creditrating afgeeft en gespecialiseerd is in het analyseren van kredietwaardigheid. De erkende agencies zijn: Standard&Poors, Moody’s en Fitch;
renterisiconorm: een bedrag gebaseerd op de Wet Fido, gedefinieerd als de som van de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen, dat niet meer mag bedragen dan een percentage van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar;
rentetypische looptijd: het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;
Ruddo: regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden;
uitzetting: het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer;
Wet Fido: Wet financiering decentrale overheden, houdende bepalingen inzake het financieringsbeleid van openbare lichamen.
Treasuryberaad: overleg waarin risico's worden besproken die verband houden met het beheer van de geldstromen van een organisatie. Deelnemers aan dit beraad zijn tenminste de Concerncontroller, Treasurer, Portefeuillehouder financiën, afdelingshoofd Financiën;
Treasurer: medewerker van de afdeling Financiën belast met treasury.