Voor het realiseren van beleidsdoelen wordt gekozen voor subsidie of inkoop. Subsidie en inkoop (overheidsopdracht) zijn beide financiële instrumenten. Welke van de twee moet worden toegepast, hangt af van de specifieke situatie en omstandigheden. Naast subsidie of inkoop bestaan er meer financiële instrumenten, deze worden in dit subsidiebeleid niet meegenomen.
Subsidie en inkoop bevatten in grote lijnen dezelfde sturingsmogelijkheden. Verschillen zitten in het duiden van de financiële relaties tussen partijen en bijbehorende juridische voorwaarden. Beide vormen van contracteren zijn financiële instrumenten om een bepaald inhoudelijk doel te realiseren. De keuze voor subsidiëren of inkopen is dan ook geen doel op zich, maar afhankelijk van de inhoudelijke doelstellingen, het type werkzaamheden en de sturingswensen van de gemeente.
Bij subsidie is de Awb van toepassing. Onder subsidie wordt verstaan: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. Deze definitie van subsidie is neergelegd in artikel 4:21, lid 1 Awb. De gemeente verstrekt geld voor bepaalde activiteiten van de aanvrager die een bijdrage leveren aan maatschappelijke doelen. Dat wil zeggen dat de bestedingsrichting van tevoren duidelijk omschreven moet zijn en het niet mag gaan om betaling voor goederen of diensten die aan de gemeente geleverd worden. Bij het instrument subsidie kan de gemeente prestaties niet afdwingen, niet op uitvoering noch op kwaliteit en inhoud. Wanneer de gemeente te veel gaat afrekenen op resultaten, verschuift een subsidie al snel richting inkoop.
Bij inkoop is de aanbestedingswet van toepassing. De resultaten zijn bij inkoop wel afdwingbaar. Ook kan de opdrachtgever goed sturen op inhoud en kwaliteit via vooraf opgestelde eisen. Het doorlopen van een inkoopprocedure is echter een complex proces, zowel voor de gemeente als voor potentiële inschrijvers. Vanwege de (Europese) aanbestedingsregels moet aan allerlei voorwaarden voldaan worden. Voortschrijdend inzicht op kwaliteit of inhoud kan ook niet altijd tussentijds geplaatst worden in een al lopende overeenkomst.1Dit hangt samen met de “wezenlijke wijziging”. Zie https://www.pianoo.nl/nl/visie-de-wezenlijke-wijziging voor meer informatie. Met andere woorden, hoe meer nauwkeurig aan de voorkant de eisen meegegeven kunnen worden, hoe meer sturingsmogelijkheden gedurende de looptijd van de overeenkomst.
De gemeente Kampen maakt gebruik van een afwegingskader als hulpmiddel bij de afweging tussen subsidie of inkoop. In de afweging wordt gekeken naar de gehele context van sturing, samenwerking en bekostiging.
De volgende vragen helpen bij het achterhalen of sprake is van een subsidie of inkoop (overheidsopdracht):
Hoe is het verband tussen betaling en prestatie? Zijn de activiteiten afdwingbaar?
Van wie is het initiatief uitgegaan? Gemeente of externe partij?
Welk belang wordt gediend? Eigen belang van de gemeente of algemeen belang? Wat is het doel van de activiteit?
Is er sprake van commerciële activiteiten (winst, kostprijs, onderneming, concurrentie)?
Voor ieder beleidsdoel moet worden afgewogen welk financieel instrument, subsidie of inkoop, het meest geschikt is om het beoogde doel te realiseren, tenzij de gemeente besluit de opdracht zelf uit te voeren.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
Keuze voor het juiste financiële instrument: Subsidie of inkoop
Onderdeel van Subsidiebeleid gemeente Kampen 2026-2029