Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.1

Hoofdlijnen en voorwaarden subsidieproces

Onderdeel van Subsidiebeleid gemeente Kampen 2026-2029

In de Awb is sprake van verlening en van vaststelling van een subsidie. De overkoepelende, neutrale term die in de Awb wordt gehanteerd is verstrekking. Verlening van een subsidie Wanneer een subsidieaanvraag is beoordeeld geeft de gemeente voorafgaand aan een beschikking tot subsidievaststelling een beschikking tot subsidieverlening af. De subsidieverlening is in feite een voorlopige toekenning. Dit is in lijn met artikel 4:29 van de Awb. In de beschikking tot verlening worden de te subsidiëren activiteiten omschreven, het subsidiebedrag of de manier van berekenen van het bedrag wordt vermeld en er kunnen verplichtingen aan de subsidieontvanger worden opgelegd. Met de subsidieverlening ontstaat er nog geen verplichting tot betaling, maar er kunnen wel voorschotten worden verstrekt. Een verplichting die de gemeente bij het verlenen van een subsidie kan opleggen is bijvoorbeeld om periodiek te rapporteren over de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Dat geeft mogelijkheden om in te grijpen als het fout dreigt te gaan. Dat kan door ondersteuning te bieden maar ook door bijvoorbeeld de subsidieverlening in te trekken of te wijzigen. In de ASV gemeente Kampen 2026 zijn alle algemene verplichtingen en bijzondere verplichtingen opgenomen die gelden voor de subsidieontvanger. Onder andere wanneer het aannemelijk is dat één of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan. De subsidieontvanger meldt dit schriftelijk aan het college. De subsidieontvanger informeert daarnaast het college schriftelijk over: beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon leiden; relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen en; een wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon. Vaststellen na verlening van een subsidie De te subsidiëren activiteiten vinden vervolgens plaats. Na afloop daarvan, of na afloop van de periode waarvoor de subsidie is verleend, moet de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling indienen. Wanneer hij dat precies moet doen is vastgelegd in de beschikking tot subsidieverlening en/of in de artikelen eindverantwoording van de ASV gemeente Kampen 2026 en/of in de betreffende subsidieregeling. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling moeten stukken worden overgelegd waaruit blijkt dat de activiteit is uitgevoerd en dat aan eventuele verplichtingen is voldaan. Dit is in lijn met artikel 4:45 van de Awb, vastgelegd in de ASV gemeente Kampen 2026 en in de beschikking tot subsidieverlening wordt dit nader omschreven. Als blijkt dat de gesubsidieerde activiteiten niet of niet geheel zijn uitgevoerd en/of de verplichtingen niet (geheel) zijn nagekomen, dan kan de subsidie lager worden vastgesteld dan het bedrag van de verlening of zelfs op nul worden gezet. Een eventueel al uitgekeerd voorschot is daardoor dan onverschuldigd betaald, dit is een betaling zonder rechtsgrond. Het bedrag kan worden teruggevorderd. Het uitgangspunt is dat een subsidie wordt vastgesteld gelijk aan de verlening, dus op hetzelfde bedrag of conform de manier van berekenen die bij de verlening was vermeld. In artikel 4:46, lid 2 van de Awb is bepaald in welke gevallen de subsidie lager kan worden vastgesteld. Dat kan als: De activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet (geheel) hebben plaatsgevonden; De subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de verplichtingen; De subsidieontvanger bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of De subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten. Hoger vaststellen van het subsidiebedrag dan was verleend kan in principe niet, de subsidietitel biedt daarvoor geen grondslag. Blijkt dat na het afgeven van een verleningsbeschikking een subsidie moet worden verhoogd, dan zal de oorspronkelijke verleningsbeschikking moeten worden ingetrokken en een nieuwe verleningsbeschikking worden opgesteld. Wanneer het subsidiebedrag (deels) is gebaseerd op het aantal inwoners per een bepaalde datum in de toekomst dan kan er wel sprake zijn van een hoger subsidiebedrag bij het definitief vaststellen. In de verleningsbeschikking wordt dan uitgegaan van een begroot aantal inwoners en wordt benoemd dat bij het vaststellen van het subsidiebedrag het werkelijk aantal inwoners wordt meegenomen. Dit geldt ook voor subsidiebedragen binnen de subsidieregeling peuteropvang en Voorschoolse Educatie (VE). Het subsidiebedrag wordt dan vastgesteld op basis van het aantal gerealiseerde plekken. Als de subsidie op een lager bedrag is vastgesteld kunnen eventueel al verstrekte voorschotten worden teruggevorderd; die zijn dan onverschuldigd betaald. Het invorderingstraject Het invorderen van onverschuldigd betaalde subsidie geschiedt in beginsel volgens het volgende stappenplan: Stap 1: Invorderingsbesluit De invordering start met het nemen van een formeel invorderingsbesluit, waarin het college besluit dat het onverschuldigd betaalde subsidiebedrag zal worden teruggevorderd van de subsidieontvanger. Dit besluit bevat de gronden voor de terugvordering, het exacte bedrag en de wijze waarop betaling dient plaats te vinden. Tegen dit besluit staat bezwaar en beroep open. Stap 2: Aanmaning Indien binnen de in het invorderingsbesluit gestelde termijn geen (volledige) betaling plaatsvindt, wordt een aanmaning verstuurd. Dit is een schriftelijk bevel tot betaling, waarbij de subsidieontvanger een uiterste termijn van twee weken krijgt om alsnog te betalen. De aanmaning vermeldt dat, bij uitblijven van niet tijdige betaling, invorderingsmaatregelen kunnen worden getroffen op kosten van de subsidieontvanger (artikel 4:112, lid 3 Awb). Stap 3: Dwangbevel Indien ook na de aanmaning geen betaling volgt, kan het college overgaan tot het uitvaardigen van een dwangbevel (artikel 4:114 Awb). Een dwangbevel is eveneens een schriftelijk bevel tot betaling, maar vormt een executoriale titel die ten uitvoer kan worden gelegd alsof het een vonnis van de burgerlijke rechter betreft (artikel 4:116 Awb). Op basis hiervan kan bijvoorbeeld beslag worden gelegd op bankrekeningen of andere vermogensbestanddelen van de subsidieontvanger. Deze bevoegdheid is toegekend bij formele wet (artikel 4:57, lid 2, jo. artikel 4:95, lid 5 Awb) en wordt gerechtvaardigd doordat het bestaan en de omvang van de schuld door de subsidievaststelling en het invorderingsbesluit niet langer ter discussie staan. Indien de subsidieontvanger de schuld betwist, kan hij bezwaar maken en – indien nodig – beroep instellen tegen de vaststellingsbeschikking en/of het invorderingsbesluit. Tegen een aanmaning of dwangbevel zelf staat geen rechtsmiddel meer open. Een dwangbevel dient te voldoen aan de eisen zoals vastgelegd in artikel 4:122 Awb. Direct vaststellen van een subsidie Een subsidie kan ook direct worden vastgesteld. Er ontstaat dan direct een betalingsverplichting en er moet dus direct worden uitbetaald. Dat geeft uiteraard veel lagere administratieve lasten dan het proces van eerst verlenen, dan vaststelling aanvragen, controleren, en dan vaststellen. Dit geldt zowel voor de subsidieontvanger als voor de gemeente. In de ASV gemeente Kampen 2026 is in artikel 15 opgenomen dat subsidies tot en met € 15.000 door het college direct worden vastgesteld of verleend. Subsidies tot en met dit bedrag worden op basis van vertrouwen verstrekt, er wordt niet standaard om verantwoording gevraagd. In plaats daarvan geldt een actieve meldingsplicht voor de subsidieontvanger bij niet nakoming van de voorwaarden. Het is ook mogelijk om een beschikking tot subsidieverlening op te stellen waarin aan de subsidieontvanger wordt gevraagd aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Vaststelling van de subsidie vindt dan plaats binnen een aantal weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt door de subsidieontvanger. Verplichting tot betalen van een subsidie Artikel 4:86 van de Awb, dat in de titel 4.4 van de Awb over bestuursrechtelijke geldschulden staat, is ook van toepassing op subsidies. Aan een verplichting tot betaling van een geldsom moet op grond van artikel 4:86 van de Awb altijd een beschikking ten grondslag liggen. Bij een subsidie is dat een beschikking tot vaststelling van een subsidie of tot het verstrekken van een voorschot. Overschrijding van termijnen Aanvraag subsidie Als een subsidieaanvraag na de indieningstermijn wordt ingediend kan de gemeente besluiten de aanvraag niet te behandelen. De subsidieaanvrager heeft in dat geval niet voldaan aan het wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag (artikel 4:5, lid 1 onder a Awb) Het te laat indienen is dus op zichzelf niet direct een ‘weigeringsgrond’, maar wel een grond om een aanvraag ‘niet te behandelen’. Belangrijk is dat dit onderdeel in het artikel als kan-bepaling is geformuleerd. Dit houdt in dat het niet verplicht is. Het te laat indienen van een aanvraag leidt dus niet automatisch tot het niet in behandeling nemen ervan. Er zal door de gemeente een afweging worden gemaakt om dat al dan niet te doen. Het te laat indienen kan bijvoorbeeld verschoonbaar zijn of de gevolgen zijn voor de aanvrager onevenredig in verhouding tot het te dienen doel van het vasthouden aan een indieningstermijn. In de ASV gemeente Kampen 2026 is een hardheidsclausule opgenomen waar gebruik van kan worden gemaakt om de subsidieaanvraag toch in behandeling te kunnen nemen. Een besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de subsidieaanvrager bekendgemaakt binnen vier weken nadat de aanvraag is aangevuld of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken (artikel 4:5, lid 4 Awb). Deze termijn wordt door de gemeente bewaakt. Als dit niet binnen deze vier weken aan de subsidieaanvrager bekend is gemaakt dan moet de aanvraag in behandeling worden genomen. Voor volledige aanvragen zal dan inhoudelijk op de aanvraag moeten worden gereageerd. Alleen als de aanvraag niet of onvoldoende aan de criteria voldoet kan hij (gedeeltelijk) worden geweigerd. Voor subsidieregelingen waarbij een subsidieplafond is vastgesteld en waarvan de subsidies worden verdeeld op basis van een onderlinge rangschikking op kwaliteit (subsidietender) is de einddatum van een indienperiode wel hard. Te laat ingediende aanvragen mogen niet in behandeling worden genomen. Het meenemen van informatie die dateert van na de sluiting van de aanvraagtermijn gedraagt zich namelijk niet met de gelijktijdige onderlinge beoordeling en rangschikking van de ingediende aanvragen. Aanvraag tot vaststelling subsidie Bij een aanvraag tot vaststelling subsidie betreft het de concrete verplichting om voor een bepaalde datum een vaststellingsaanvraag te doen met een eindverantwoording van de subsidie conform de beschrijving in de verleningsbeschikking. Indien deze aanvraag niet is ontvangen of deze niet aan de vereisten voldoet, dan zal de gemeente: Eén of meerdere rappels sturen met daarin een (herstel)termijn om alsnog het verzoek tot vaststelling van de subsidie in te dienen en/of te completeren. Hiervoor hanteren we een hersteltermijn van veertien dagen. Indien er geen reactie wordt ontvangen binnen de gegeven termijn(en) of de vaststellingsaanvraag niet aan de eisen voldoet, de subsidie ambtshalve vaststellen. Hiervoor is een wettelijke basis in artikel 4:46 Awb. Indien geen enkele informatie beschikbaar is of de activiteiten zijn uitgevoerd of niet dan kan de subsidie op € 0 worden vastgesteld (artikel 4:46 Awb).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel