Deze ingreep wordt beschouwd als een volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw, waarbij het bestaande gebouw op kwalitatief hoog niveau wordt verbeterd om de levensduur met minimaal 40 jaar te verlengen en tegelijkertijd duurzamer en onderhoudsarmer wordt gemaakt. Deze maatregel komt voort uit het wetsvoorstel ‘Planmatige aanpak onderwijshuisvesting’. Renovatie wordt dan een voorziening in de onderwijshuisvesting waarvoor de gemeenten verantwoordelijk zijn. Daarbij wordt renovatie gedefinieerd als een alternatief voor nieuwbouw. Bij levensduurverlengende renovatie wordt uitgegaan van BENG, gemiddeld Frisse Scholen klasse B en aardgasloos (waar al mogelijk/verplicht). Bij renovatie wordt gekeken naar:

  • - Functionaliteit: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijsconcept).
  • - Technische staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen.
  • - Ruimtelijke staat.
  • - Verduurzaming van het gebouw.

Verder wordt bij renovatie het kwaliteitskader primair onderwijs als richtlijn gehanteerd. Op basis hiervan maken gemeente en schoolbestuur een gerichte afweging van te nemen maatregelen of maatregelen die achterwege worden gelaten (vervat in een businesscase annex maatregelenplan). Onderdeel van de businesscase is een vergelijking met de kosten van vervangende nieuwbouw op basis van kapitaallastniveau inclusief eenmalige investeringen zoals tijdelijke huisvesting. Indien de kosten te veel oplopen kan vervangende nieuwbouw de te prefereren keuze zijn in verband met het halen van maximaal rendement uit het inzetten van maatschappelijke middelen (lees: lage structurele lasten). De businesscase bestaat ten minste uit inzicht in:

  • - De kosten van instandhouding op basis van het uitgevoerde onderhoud van de afgelopen vijf jaar en een actueel meerjaren onderhoudsplan.
  • - De staat van het gebouw op basis van een objectieve schouw conform de systematiek van de verordening aangevuld met een gebrekenrapportage inclusief indicatie van de benodigde investeringen om deze op te lossen.
  • - Benodigde aanpassingen op basis van een actueel ruimteprogramma (inhoudelijke wensen kindcentrum) en op basis van de meest actuele leerlingenaantallen en leerlingenprognoses.
  • - Benodigde investeringen voor vernieuwen van bouwkundige en installatietechnische aspecten.
  • - Benodigde investeringen voor verduurzaming.
  • - Wet- en regelgeving op het gebied van binnenklimaat.
  • - De actuele boekwaarde.
  • - Benodigde tijdelijke huisvesting of andere investeringen.

Voor zowel renovatie als vervangende nieuwbouw wordt een investeringsraming op kengetallenniveau gemaakt. Deze investeringen worden vertaald naar een kapitaallast op basis van actuele parameters (zoals rekenrente en afschrijvingstermijnen) van de gemeente Bergeijk. Bij nieuwbouw wordt ook het eenmalig afboeken van de boekwaarde betrokken.

Voor de realisatie van een renovatie gelden de volgende uitgangspunten:

  • - Het realiseren is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en schoolbesturen op basis van genoemde businesscase annex maatregelenplan.
  • - De kosten voortkomend uit de gebrekenrapportage betreffen onderhoudswerkzaamheden en zijn voor rekening van het schoolbestuur vanuit haar onderhoudsverplichting.
  • - De bijdrage vanuit de gemeente en aanvullende bijdrage vanuit het schoolbestuur zijn vergelijkbaar met de spelregels voor vervangende nieuwbouw.
  • - De ambitie voor renovatie is BENG zoveel mogelijk te benaderen.
  • - De schoolbesturen kunnen besluiten bij te dragen aan het behalen van hogere duurzaamheidsambities via een financiële bijdrage. Voor deze eenmalige bijdrage is het uitgangspunt dat deze past binnen de kaders van het Onderwijsaccountants-protocol.
  • - Kwaliteitsniveau Frisse Scholen B.
  • - Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met 40 jaar verlengen.