In het visiedeel bij ‘type maatregelen’ is stilgestaan bij de verschillende scenario’s die binnen dit IHP te onderscheiden zijn. Voor elk scenario is aangegeven wie de verantwoordelijkheid heeft voor het uitvoeren van het scenario en wat het bijbehorende budget is. De uitgangspunten die hieruit voortvloeien met betrekking tot het bepalen van de investeringen worden hieronder ter verduidelijking op een rij gezet.

Bij het bepalen van de investeringen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • - Alle bedragen zijn inclusief btw en prijspeil juni 2025.
  • - Voor nieuwbouw wordt uitgegaan van een bandbreedte voor het stichtingskostenbedrag van € 3.550,- tot € 3.900,- per bruto vierkante meter.
  • - De gemeentelijke bijdrage voor renovatie/vernieuwbouw is 100% van de stichtingskosten voor nieuwbouw per bruto vierkante meter (met uitzondering van de toeslag voor ENG).
  • - Het realiseren van de duurzaamheidsambitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen als mogelijke bouwheren.
  • - De gemeente is vanuit wet- en regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG en overige voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen zoals aardgasloos bouwen bij nieuwbouw.
  • - De schoolbesturen dragen bij in de realisatie van voorzieningen via een bijdrage. Deze bijdrage moet per situatie worden bekeken in een businesscase. De bijdrage bestaat uit exploitatiegerichte investeringen met een redelijke terugverdientijd van 15 jaar en die passen binnen het Onderwijsaccountsprotocol.
  • - Bij nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van 40 jaar.
  • - Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met ten minste 40 jaar verlengen.
  • - Voor inclusief onderwijs is rekening gehouden met 5% extra m2 bvo boven op de ruimtebehoefte in 2040.
  • - Voor netcongestie is een frictiebudget opgenomen van € 200.000,- per project.
  • - Voor tijdelijke huisvesting is een stelpost opgenomen van € 900,- per vierkante meter tijdelijke huisvesting.
  • - Voor kinderopvang is 20% bvo bovenop de onderwijscapaciteit meegenomen als stelpost.

Kosten die niet zijn meegenomen in de berekeningen:

  • - Kosten voor aankoop van grond en eventuele aanpassingen aan de infrastructuur/openbare ruimte.
  • - Kosten voor grondsanering.
  • - Kosten voor het verwijderen van tijdelijke huisvesting.
  • - Contextuele factoren of locatiegebonden kosten.
  • - Verhuiskosten.
  • - Mogelijke kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair.
  • - Kosten en baten bij het eventueel afstoten van locaties en gebouwen.
  • - Kosten van Kindcentrum-Oost.