Om in aanmerking te komen voor een woonvoorziening moet de inwoner, behalve aan de algemene criteria voor een maatwerkvoorziening (zie hoofdstuk 3. Algemeen afwegingskader), ook aan een aantal specifieke criteria voldoen. In artikel 9.4 van de Verordening staan de voorwaarden en weigeringsgronden voor een woonvoorziening vermeld. Hier volgt een samenvatting van de weigeringsgronden met bijbehorende uitzonderingen.
Artikel 9.4
Afwijzingsgrond
Uitzondering
Lid 4a
Beperkingen komen voort uit gebruikte materialen, achterstallig onderhoud of het niet voldoen aan wettelijke eisen.
Uitzondering als de inwoner aantoonbare pogingen deed om gebreken door verhuurder te laten verhelpen, of wanneer herstel gelet op de gezondheidstoestand niet binnen een redelijke termijn te verwachten is.
Lid 4b
De inwoner heeft geen hoofdverblijf in de betreffende woning.
Bij meerdere woningen, wordt er maar één woning aangepast. Uitzondering bij co-ouderschap: dan kan sprake zijn van twee hoofdverblijven.
Lid 4c
Woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning (hotel, pension, vakantie- of recreatiewoning).
Indien de inwoner vanwege beperkingen niet langer in deze woning kan verblijven, kan de gemeente een financiële tegemoetkoming voor verhuizing verstrekken. Hiermee wordt voldaan aan de compensatieplicht.
Lid 4d
Geen voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten.
Uitzondering voor: automatische deuropeners, hellingbanen, verbreden toegangsdeuren, drempelhulpen/vlonders, opstelplaats bij toegangsdeur.
Indien de inwoner vanwege beperkingen niet langer in deze woning kan verblijven, kan de gemeente een financiële tegemoetkoming voor verhuizing verstrekken. Hiermee wordt voldaan aan de compensatieplicht.
Lid 4e
Voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden.
Geen uitzondering.
Lid 4f
De noodzaak voor de aanpassing is ontstaan door de verhuizing, niet door beperkingen.
Uitzondering bij belangrijke reden (samenwonen, huwelijk, werk elders) én geen redelijke alternatieven.
Lid 4g
Inwoner verhuist naar een ongeschikte woning (niet aangepast of eenvoudig aan te passen), zonder vooraf toestemming van de regisseur.
Bij verhuizing vanuit andere gemeente ligt bewijslast bij inwoner om aan te tonen dat geen geschikte woning beschikbaar was.
Lid 4h
Woning niet geschikt om het hele jaar te bewonen.
Geen uitzondering; verhuizen naar geschikte woning geldt als algemeen gebruikelijk.
Verder geldt dat geen woonvoorziening wordt verstrekt voor:
woningaanpassingen met een therapeutisch doel (zoals dialyseruimte of therapeutisch baden);
hobby- of studeerruimtes, kelders of zolders, omdat dit geen elementaire woonfuncties zijn;
zolang de bestaande voorziening nog adequaat functioneert, ook als de afschrijvingstermijn is verstreken (wel kan hier als gevolg van een plotseling ontstane handicap van worden afgeweken);
wanneer een inpandige oplossing mogelijk is, bijvoorbeeld binnen een ruime benedenverdieping, voordat uitbreiding van de woning wordt overwogen.
Onderhoud, keuring en reparaties van voorzieningen
Reparatie-, onderhouds- en vervangingswerkzaamheden alsmede eventuele keuringen behoren in principe tot de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de woning. De kosten van onderhoud, keuring en reparatie van woonvoorzieningen die in bruikleen verstrekt zijn, zijn voor rekening van de gemeente.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3.2
Voorwaarden en weigeringsgronden
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Wierden 2026