Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.3.3

Primaat van verhuizen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Wierden 2026

Het primaat van verhuizen betekent dat de gemeente, wanneer een woningaanpassing nodig lijkt, eerst beoordeelt of verhuizen naar een geschikte woning een goedkopere én gelijkwaardig compenserende oplossing biedt voor de beperkingen die een inwoner ervaart. Het uitgangspunt is dus niet automatisch het aanpassen van de huidige woning, maar het bieden van de goedkoopst compenserende voorziening. Dat kan een woningaanpassing zijn, maar ook een verhuiskostenvergoeding met eventueel beperkte aanpassingen in de nieuwe woning. De inwoner is nooit verplicht om te verhuizen. Als verhuizen echter de goedkoopst compenserende oplossing is, mag de regisseur volstaan met het aanbieden van een verhuiskostenvergoeding. In dat geval voldoet de gemeente aan haar compensatieplicht op grond van de Wmo. Wanneer de kosten van een woningaanpassing naar verwachting hoger zijn dan € 10.000,00 beoordeelt de regisseur of verhuizen naar een geschikte woning kan worden aangemerkt als de goedkoopst compenserende voorziening. Bij deze afweging worden de volgende aspecten betrokken: Aanwezigheid van een passende woning Voor de vraag of er een passende woning beschikbaar is of komt, overlegt de regisseur met de woningbouwvereniging. Als een passende woning beschikbaar is, kan worden volstaan met een verhuiskostenvergoeding. Wanneer de woning binnen een medisch aanvaardbare termijn beschikbaar komt, kunnen zo nodig tijdelijke kleine aanpassingen worden gedaan aan de huidige woning ter overbrugging tot de verhuizing. Beschikbaarheid binnen redelijke termijn De termijn van zes maanden wordt beschouwd als de redelijke termijn waarbinnen de noodzaak tot woningaanpassing moet worden gecompenseerd. Kostenvergelijking tussen aanpassen en verhuizen De gemeente vergelijkt de totale kosten van woningaanpassing met de kosten voor verhuizing, inrichting, eventuele aanpassing van de nieuwe woning en het eventueel vrijmaken van de oude woning. Volkshuisvestelijke factoren Naast financiële overwegingen spelen ook huisvestingsbelangen mee. Als een aangepaste woning beschikbaar is, kan het ondoelmatig zijn om een andere woning opnieuw aan te passen. Sociale omstandigheden De binding met de buurt, de nabijheid van familie of mantelzorg en de gezondheidssituatie van een partner worden meegewogen. Daarbij wordt gekeken of mantelzorg verplaatsbaar is of juist wegvalt bij verhuizing. Afstemming met andere voorzieningen Hierbij gaat het om de afstand tot openbaar vervoer, winkels, gezondheidscentra en andere voorzieningen. Verandering in woonlasten De financiële gevolgen van een verhuizing moeten binnen aanvaardbare grenzen blijven. Bij de beoordeling hiervan wordt gebruikt gemaakt van de normen en richtlijnen van het Nibud, als referentiekader voor redelijke woonlasten en verhuiskosten. Woonsituatie (huur of koop) Voor woningeigenaren kan een verhuizing andere en vaak zwaardere financiële gevolgen hebben dan voor huurders. Bereidheid van de inwoner om te verhuizen Hoewel verhuizen vaak de meest doelmatige oplossing is, kan de inwoner hier moeite mee hebben. De gemeente kan, na afweging van alle belangen, toch besluiten dat verhuizing de goedkoopst compenserende oplossing is en afzien van woningaanpassing. De inwoner is echter nooit verplicht om te verhuizen. Financiële tegemoetkoming verhuizen Indien het primaat van verhuizen kan worden toegepast, kan een FT in de verhuis- en inrichtingskosten worden verstrekt (zie 6. Financiële tegemoetkoming). Deze tegemoetkoming moet worden gebruikt voor verhuizing naar een adequate woning en geldt niet voor verhuizing naar een Wlz-instelling of voor de situatie wanneer men voor het eerst zelfstandig gaat wonen. Het kan ook voorkomen dat er een geschikte woning is voor een inwoner, maar dat die woning al bewoond is. Er kan dan een FT in de verhuis- en inrichtingskosten worden verstrekt aan de bewoner van de geschikte woning. Het doel is dan om deze bewoner te stimuleren om de woning ter beschikking te stellen aan de inwoner. Inwoner wil niet verhuizen De gemeente verplicht inwoners niet om te verhuizen. Wanneer een inwoner ervoor kiest om in de huidige woning te blijven, terwijl verhuizen wel een passende oplossing zou zijn, kan de gemeente een FT in de verhuis- en inrichtingskosten toekennen. De inwoner mag deze vergoeding gebruiken voor het aanpassen van de huidige woning. In dat geval worden hierover duidelijke afspraken gemaakt met de inwoner. De gemeente verstrekt daarna geen aanvullende woonvoorzieningen meer voor beperkingen die het gevolg zijn van de keuze om niet te verhuizen, tenzij deze beperkingen ook zouden zijn ontstaan als de inwoner wél naar een passende woning was verhuisd.

Rechtspraak bij dit artikel