Algemene bepalingen en beperkingen
Ten aanzien van mandaten voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen:
- - De bevoegdheden worden uitgeoefend binnen het gemeentelijke beleid en eventuele (mondelinge) instructies van het dagelijks bestuur of de voorzitter van het dagelijks bestuur van het stadsdeel of stadsgebied of de directeur.
- - De gemandateerde betrekt de directeur en het dagelijks bestuur of de voorzitter bij het gebruikmaken van de bevoegdheden indien sprake is van politiek gevoelige onderwerpen. Onder politiek gevoelige onderwerpen wordt in ieder geval verstaan, onderwerpen waarbij:
- - hoge afbreukrisico’s aanwezig zijn;
- - stadsdeel- of stadsgebiedoverstijgende belangen spelen;
- - uniforme besluitvorming gewenst is;
- - strategische belangen van het stadsbestuur in het geding zijn;
- - expertise nodig is die op stadsdeel- of stadsgebiedniveau niet goed is ontwikkeld.
- - Als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid berust wijzigt, wordt de bevoegdheid geacht te zijn verleend op grond van de bepalingen uit de gewijzigde wet- en regelgeving. De wijzigingen worden zo spoedig mogelijk in het mandatenregister verwerkt.
- - Het mandaat voor het uitoefenen van een bevoegdheid omvat tevens alle direct met de gemandateerde bevoegdheid – al dan niet in de Algemene wet bestuursrecht opgenomen – samenhangende handelingen en besluiten zoals, maar niet beperkt tot:
- - het verrichten van alle benodigde (feitelijke) voorbereidings- en uitvoeringshandelingen en voeren van correspondentie;
- - het verstrekken van mondelinge of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard;
- - het ondertekenen van de betreffende stukken;
- - het voldoen aan publicatieverplichtingen;
- - het verdagen (verlengen) c.q. opschorten van beslistermijnen inzake te nemen besluiten overeenkomstig van toepassing zijnde regelgeving, voor zover niet opgenomen in het ondermandatenregister;
- - het beslissen op ingebrekestellingen wegens het niet tijdig beslissen als bedoeld in paragraaf 4.1.3.2 Algemene wet bestuursrecht;
- - het vragen van adviezen en het inwinnen van inlichtingen.
- - De mandaatverlening omvat in ieder geval de bevoegdheid om, ter zake van de bevoegdheden opgenomen in dit mandatenregister, verzoeken te weigeren, besluiten in te trekken, te wijzigen, voorschriften of voorwaarden te stellen, verzoeken niet in behandeling te nemen, te verzoeken om aanvullende gegevens te verstrekken e.e.a. voor zover niet reeds opgenomen in het mandatenregister en mits niet uitdrukkelijk uitgesloten of beperkt is.
- - Overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
| Nr. | Onderdeel zoals aangegeven in de verordening | Omschrijving bevoegdheid in de verordening | Grondslag genoemd in de verordening | Bevoegd bestuurs-orgaan volgens de verordening | Bijzonderheden en beperkingen op basis van de verordening en de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied | Ondermandaat verleend aan |
| 1. | A.1 | Besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente | Art. 160, lid 1, aanhef en onder d, Gemeente-wet | College | a. Geldt niet voor het oprichten of deelneming in een rechtspersoon. b. Financiële dekking moet aanwezig zijn in de vorm van een daarvoor bestemde begrotingspost. c. Het aangaan van de rechtshandeling moet voortvloeien uit de aan het dagelijks bestuur expliciet opgedragen taken en bevoegdheden. d. De rechtshandelingen vinden plaats binnen stedelijke kaders, dit betekent in elk geval in lijn met de nota inkopen en aanbesteden, de aanbestedingsinstructies, de nota 10 wegen, het leningen- en garantiebeleid, de nota doelgericht op afstand 2. e. Het aangaan van een rechtshandeling heeft betrekking op het verhaal van kosten van de grondexploitatie bij een ruimtelijk besluit, als bedoeld in art. 6.24 Wro. Tot een maximumbedrag conform de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 Noot 1: De ondergemandateerde bevoegdheid is beperkt tot privaatrechtelijke rechtshandelingen: a. Voor zover het aangaan van die rechtshandelingen voortvloeien uit de aan het betreffende onderdeel of functie opgedragen taak of werkzaamheden; b. Tot het aanschaffen van goederen, het huren of leasen van bedrijfsmiddelen, het inhuren van personeel, alsmede het vervreemden van overtollige goederen, voor zover deze goederen niet meer zijn vereist voor de bedrijfsvoering, dan wel het vervreemden van goederen die het resultaat zijn van die bedrijfsvoering, alles voor zover deze rechtshandelingen noodzakelijk zijn voor een goed en doelmatig functioneren van het stadsdeel; c. Het verlenen van advies- of onderzoeksopdrachten, voor zover deze betrekking hebben op het werkterrein van het stadsdeel of het betreffende onderdeel of functie en noodzakelijk zijn voor een goed en doelmatig functioneren van het stadsdeel. Hierbij geldt de voorwaarde dat de voor de genoemde rechtshandeling gemoeide financiële dekking aanwezig is in de vorm van een daar voor bestemde begrotingspost of daarvoor beschikbaar gesteld krediet. | Afdelingshoofd Teamleider |
| 2. | A.2 | Verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen (waaronder het ondertekenen van overeenkomsten) | Art. 171 Gemeente-wet | Burgemeester | Zie de bijzonderheden bij A.1 betreft privaatrechtelijke rechtshandelingen voortvloeiend uit de bevoegdheid bij A.1 | Afdelingshoofd Teamleider |
| 3. | A.3 | Beslissen op aansprakelijk-stellingen van derden, voor zover deze betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de bestuurscommissie | Art. 160, lid 1, aanhef en onder d, Gemeente-wet | Dagelijks bestuur | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 4. | A.7 | Behandelen en afdoen van klachten als bedoeld in titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht, voor zover die betrekking hebben op een aangelegenheid opgenomen in de takenlijst bij de verordening en dit mandatenregister | Titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht | College, burgemeester | De machtiging omvat niet de verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige klachtbehandeling. De kaders voor zorgvuldige klachtbehandeling worden vastgesteld in een stedelijke regeling. | Afdelingshoofd Teamleider |
| 5. | A.10 | Beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie m.b.t. bestuurlijke aangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de in dit mandatenregister opgenomen bevoegdheden | Art. 4.1 Wet open overheid | College, burgemeester | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 6. | A.11 | Beslissen inzake het uit eigen beweging verstrekken van informatie m.b.t. bestuurlijke aangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de in dit mandatenregister opgenomen bevoegdheden | Art. 3.1 Wet open overheid | College, burgemeester | Afdelingshoofd Teamleider | |
| Algemene bepalingen en beperkingen onderdeel 1. 1. Gebiedsontwikkeling en ruimtelijk beheer Algemene bepalingen en beperkingen op grond van de verordening: Mandaat geldt niet voor stedelijke gebieden, projecten en belangen, zoals nader aangegeven op bij het bevoegdhedenregister behorende kaart bijlage A van de Verordening. De kaart wordt jaarlijks geactualiseerd en ter vaststelling voorgelegd aan het college. Een uitzondering hierop vormen de taken en bevoegdheden op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht met betrekking tot woonboten en bedrijfsvaartuigen waar een ligplaatsvergunning voor is vereist. Als een ligplaatsvergunningen is vereist, is het dagelijks bestuur wel bevoegd. Mandaat is beperkt tot die projecten waarvan het dagelijks bestuur opdrachtgever is. Voor alle nieuwe projecten wordt in de initiatieffase bepaald welk bestuur verantwoordelijk is. Richtlijn daarbij is dat de minder complexe en/of minder risicovolle projecten tot de bevoegdheid van het dagelijks bestuur behoren. Als op grond van onderdeel 7 (Milieu en duurzaamheid) de bevoegdheden o.g.v. de Wabo en milieuregelgeving niet gemandateerd worden, dan zijn de bevoegdheden genoemd in de onderdelen B.12 tot en met B.17 ook niet gemandateerd. Mandaat geldt niet als de vergunningverlening betrekking heeft op tunnels. | ||||||
| 7. | B.1 | doen van een kennisgeving van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden | art. 1.3.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 8. | B.2 | plegen van vooroverleg | art. 3.1.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 9. | B.3 | plegen van vooroverleg i.v.m. voorbereiden van het vaststellen van een wijzigingsplan | art. 3.9a Wet ruimtelijke ordening, art. 3.1.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 10. | B.4 | plegen van vooroverleg i.v.m. voorbereiden van het vaststellen van een uitwerkingsplan | art. 3.9a Wet ruimtelijke ordening, art. 3.1.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 11. | B.5 | besluiten tot het stellen van nadere eisen | art. 3.6, lid 1, aanhef en onder d en lid 4 Wet 6ruimtelijke ordening | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 12. | B.6 | beslissen tot het toepassen van de coördinatie-regeling | art. 3.30, lid 2 en lid 3 en art. 3.31 Wet ruimtelijke ordening | college | soort overdracht is afhankelijk van en volgt de bevoegdheid van de te coördineren bevoegdheden Voor zover een van de te coördineren besluiten een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan betreft, heeft mandaat uitsluitend betrekking op: 1. de beslissing om de coördinatieregeling toe te passen 2. beslissingen en handelingen die samenvallen/samen-lopen met beslissingen in het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan, wijzigings- en uitwerkingsplan | Afdelingshoofd Teamleider |
| 13. | B.7 | beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een vergoeding voor planschade (incl. sluiten van een overeenkomst) | art. 6.1 (m.u.v. het bepaalde onder lid 2, aanhef en onder a) en 6.4a Wet ruimtelijke ordening, art. 6.1.3.1 en 6.1.3.2 Besluit ruimtelijke ordening | college | mandaat geldt alleen als het schadeveroorzakend besluit door het dagelijks bestuur in mandaat genomen is | Afdelingshoofd Teamleider |
| 14. | B.8 | verbinden voorschriften exploitatie-bijdrage aan omgevings-vergunning en stellen termijn exploitatie-bijdrage | art. 6.17 Wet ruimtelijke ordening | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 15. | B.9 | stilleggen bouw bij niet voldoen betalen exploitatie-bijdrage | art. 6.21, lid 1, Wet ruimtelijke ordening | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 16. | B.10 | invorderen exploitatie-bijdrage bij dwangbevel | art. 6.21, lid 2, Wet ruimtelijke ordening | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 17. | B.11 | geheel of gedeeltelijk intrekken van een omgevings-vergunning bij niet betalen van exploitatie-bijdrage | art. 6.21, lid 3, Wet ruimtelijke ordening | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 18. | B.12 | het opnemen van de in artikel 6.24 Wro genoemde bepalingen in (anterieure en posterieure) overeenkomsten; het publiceren van de kennisgeving van de overeenkomst; het ter inzage leggen van een zakelijke beschrijving van de inhoud van de overeenkomst | art. 6.24 Wet ruimtelijke ordening en art. 6.2.12 Besluit ruimtelijke ordening | college en burgemeester | Afdelingshoofd Teamleider | |
| Algemene bepalingen en beperkingen onderdeel 4. 4. Monumenten en Archeologie Algemene beperking op grond van de verordening: als op grond van onderdeel 7 (Milieu en duurzaamheid) de bevoegdheden o.g.v. de Wabo en milieuregelgeving bij het college blijven, dan blijven de bevoegdheden genoemd in dit onderdeel ook bij het college. | ||||||
| 19. | E.6 | bepalen dat een beschrijving wordt opgesteld van het beoogde aan te wijzen gemeentelijk monument | art. 3, lid 4, Erfgoed-verordening Amsterdam | college | Afdelingshoofd en teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie. | |
| 20. | E.7 | bepalen dat een gemeentelijk monument gedocumenteerd moet worden | art. 9, lid 5, Erfgoed-verordening Amsterdam | college | Afdelingshoofd en teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie. | |
| 21. | E.8 | beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van nadeelcompensatie | art. 25 Erfgoed- verordening Amsterdam | college | Afdelingshoofd en teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie. | |
| 22. | E.9 | registreren van gemeentelijke stads- en dorpsgezichten op de lijst van gemeentelijke stads- en dorpsgezichten | art. 17 Erfgoed- verordening Amsterdam | college | Afdelingshoofd en teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie. | |
| 23. | E.10 | reageren op een voornemen tot aanwijzing van stads- en dorpsgezichten als gemeentelijk stads- en dorpsgezicht of wijziging van een aanwijzing als gemeentelijk stads- en dorpsgezicht | art. 16 en 18 Erfgoedverordening Amsterdam | Raad | het college vraagt het DB daarbij om advies | Afdelingshoofd en teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie. |
| 24. | E.11 | het nemen van een selectiebesluit conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie | art. 24, lid 1, Erfgoedverordening Amsterdam | college | deze taak wordt door het bevoegd gezag door-gemandateerd aan het afdelingshoofd Monumenten en Archeologie. De afdeling Monumenten en Archeologie van de directie R&D stelt vast of een archeologisch rapport (artikel 39, lid 2 van de Monumentenwet) voldoet aan de kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en het Kwaliteitshandboek van het team Archeologie van de afdeling Monumenten en Archeologie. De afdeling Monumenten en Archeologie stelt aan de hand van een archeologisch rapport ook het selectiebesluit op | Afdelingshoofd en teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie. |
| 25. | E.12 | het vaststellen van een programma van eisen conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie | art. 24, lid 3, Erfgoedverordening Amsterdam | college | deze taak wordt door het bevoegd gezag door- gemandateerd aan het afdelingshoofd Monumenten en Archeologie. De afdeling Monumenten en Archeologie van de directie R&D stelt vast of een archeologisch rapport (artikel 39, lid 2 van de Monumentenwet) voldoet aan de kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en het Kwaliteitshandboek van het team Archeologie van de afdeling Monumenten en Archeologie. De afdeling Monumenten en Archeologie stelt aan de hand van een archeologisch rapport ook het selectiebesluit op | Afdelingshoofd en teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie. |
| Algemene bepalingen en beperkingen onderdeel 7. 7. Milieu (VTH) Algemene beperking op grond van de verordening:als sprake is van een inrichting waarvoor op 1 januari 2013 een vergunning benodigd is op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e, van de Wabo, worden de bevoegdheden tot het beslissen op aanvragen om een omgevingsvergunning niet gemandateerd. | ||||||
| 26. | H.2 | alle voorbereidings-besluiten en –handelingen ten behoeve van het vaststellen van hogere geluidwaarden | art. 45 e.v, art. 55, lid 4, art. 110a t/m art. 110c Wet geluidhinder | college | mandaat voor het voorbereiden van besluit hogere waarden volgt de bevoegdheidsverdeling van de besluiten waarop voor het besluit hogere waarde ziet | Afdelingshoofd Teamleider |
| 27. | H.4 | voorbereiden en opstellen van milieueffecten-beoordelingen en besluit betreffende (aanmeld)notitie vormvrije mer-beoordeling | art. 7.2, lid 1 onder b en 7.16 en 7.17 Wet milieubeheer en Besluit milieu-effecten-rapportage | college | bevoegd gezag hangt af van besluit waarvoor de al dan niet vormvrije beoordeling van de milieu-effectenrapportage wordt verricht mandaat tot het voorbereiden van de al dan niet vormvrije beoordeling van de milieu-effectenrapportage volgt de bevoegdheidsverdeling van het besluit waarvoor de beoordeling van de milieu-effectenrapportage wordt opgesteld | Afdelingshoofd Teamleider |
| 28. | H.5 | voorbereiden en opstellen van het milieu-effecten-rapportage | art. 7.2, 7.2a, 7.7, 7.16 t/m 7.19, 7.22, 7.24, 7.25, 7.27 Wet milieubeheer en Besluit milieu- effecten rapportage | college | bevoegd gezag: hangt af van besluit waarvoor milieueffecten-rapportage wordt opgesteld mandaat van de voorbereiding van het milieueffecten-rapportage: volgt de bevoegdheidsverdeling van het besluit waarvoor het milieu-effectenrapportage wordt opgesteld mandaat ziet niet op het advies omtrent reikwijdte en detailniveau van de informatie ten behoeve van een milieu-effecten-rapportage als bedoeld in art. 7.24, lid 2 en 3, art .7.27, lid 2, Wet milieubeheer | Afdelingshoofd Teamleider |
| 29. | H.6 | uitoefenen van bevoegdheden en uitvoeren van taken op grond van het Activiteiten-besluit milieubeheer en de Activiteiten-regeling milieubeheer | Activiteiten-besluit milieu-beheer en Activiteiten-regeling milieu-beheer | college | mandaat heeft uitsluitend betrekking op inrichtingen: 1. waarvoor op 1 januari 2013 geen vergunning benodigd is op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e, Wabo, en 2. waarbij geen sprake is van een vergunningplicht als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder i, Wabo, waarbij het college bevoegd is op grond van de onder 1. van dit hoofdstuk genoemde algemene beperking | Afdelingshoofd Teamleider |
| 30. | H.7 | uitoefenen van bevoegdheden en uitvoeren van taken op grond van bij of krachtens hoofdstuk 8, 10, 17, 19 van de Wet milieubeheer (Wm) gestelde regels | Wet milieu-beheer | college | voor zover de taken en bevoegdheden betrekking hebben op inrichtingen, heeft het mandaat uitsluitend betrekking op inrichtingen: 1. waarvoor op 1 januari 2013 geen vergunning benodigd is op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e, Wabo, en 2. waarbij geen sprake is van vergunningplicht als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder i Wabo, waarbij het college bevoegd is op grond van de onder 1. van dit hoofdstuk genoemde algemene beperking | Afdelingshoofd Teamleider |
| 31. | H.8 | uitoefenen van bevoegdheden en uitvoeren van taken op grond van het Besluit lozen buiten inrichtingen | Besluit lozen buiten inrichtingen | college | met uitzondering van bevoegdheden en taken die betrekking hebben op: 1. het lozen van grondwater bij bodemsaneringen en proefboringen als bedoeld in artikel 3.1; 2. het lozen van grondwater bij ontwateringen als bedoeld in artikel 3.2 | Afdelingshoofd Teamleider |
| 32. | W.1 | uitvoeren Algemene Subsidie-verordening Amsterdam 2023 en titel 4.2 Awb binnen taken, bevoegdheden en budgetten bestuurs-commissies | Algemene Subsidie-verordening Amsterdam 2023 en titel 4.2 Awb | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 33. | W.2 | uitvoeren van subsidie-regelingen | diverse subsidie-regelingen | college | mandaat geldt alleen als uit beleidskaders blijkt dat het dagelijks bestuur een uitvoerende rol heeft bij de betreffende subsidieregeling | Afdelingshoofd Teamleider |
| Algemene bepalingen en beperkingen onderdeel 24. 24. Omgevingswet De Algemene bepalingen en beperkingen, zoals genoemd bovenaan dit ondermandatenregister zijn onverminderd van toepassing. In aanvulling daarop gelden voor onderdeel 24 de navolgende algemene bepalingen en beperkingen. Algemene beperkingen op grond van de verordening: Het mandaat geldt niet voor: bevoegdheden bedoeld in artikel 13.12, in de gevallen zoals genoemd in bijlage VI bij artikel 13.12, lid 1 van het Omgevingsbesluit (Basistakenpakket omgevingsdienst), welke taken en bevoegdheden aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) zijn gemandateerd; taken en bevoegdheden die betrekking hebben op de realisatie van ondergrondse infrastructuur voor wegverkeer, trein, tram en metro met een langste omsloten lengte van meer dan 250 meter waaronder in ieder geval begrepen de taken en bevoegdheden krachtens de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels; taken en bevoegdheden die op grond van het document “Afspraken taak- en bevoegdheidsverdeling plustaken OD/VTH Stadsdelen " bij de OD zijn belegd; bevoegdheden betreffende de wijziging van het omgevingsplan en daarmee samenhangende besluiten in gebieden die op kaart in bijlage A behorende bij de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 zijn aangewezen als stedelijke gebieden, projecten en belangen; VTH-taken en bevoegdheden (waaronder ook meldingen, maatwerk ed. behoren) in de gearceerde gebieden op kaart C behorende bij de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022. Binnen deze gearceerde gebieden blijven de VTH-taken en bevoegdheden t.a.v. de navolgende activiteiten altijd bij het stadsdeel/stadsgebied: een horeca-activiteit, niet zijnde de bouw of gebruiksactiviteit, of milieubelastende activiteit als bedoeld in afdeling 22.3 Omgevingsplan (bruidsschat milieu); een reclame activiteit, niet zijnde de bouw of gebruiksactiviteit; activiteiten die zien op woonboten en bedrijfsvaartuigen; overige activiteiten die beschreven zijn in de "Afspraken taken en bevoegdheidsverdeling plustaken OD/VTH stadsdelen”. | ||||||
| AA1. Algemene bevoegdheden omgevingsvergunning, melding en maatwerkvoorschrift | ||||||
| 34. | AA1.f. | het van toepassing verklaren afd. 3.4 Algemene wet bestuursrecht | art. 16.65 Omgevingswet | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 35. | AA1.g. | het gelegenheid bieden tot het inzien van milieustukken | art. 16.67 Omgevingswet | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 36. | AA1.h. | het besluiten betreffende het treffen van geluidwerende maatregelen aan gebouwen | art. 2.43 Omgevingswet | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 37. | AA1.n. | het besluiten tot coördinatie van besluitvorming en rechtsbescherming | art. 16.8 Omgevingswet jo. art. 3:21, lid 1, onder b, Awb | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| AA6. Omgevingsplan | ||||||
| 38. | AA6.a. | het kennisgeven van het voornemen om een omgevingsplan te wijzigen incl. aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken | art. 16.29 Omgevingswet jo. art. 10.2 Omgevingsbesluit | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| AA7. Gedoogplichten | ||||||
| 39. | AA7. a. | het opleggen van een gedoogplicht in het belang van archeologisch onderzoek | art. 10.11, art. 10.19, lid 2, Omgevingswet | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| AA8. Financiële bepalingen (kostenverhaal en financiële zekerheid) | ||||||
| 40. | AA8. b. | het aangaan van een overeenkomst voor kostenverhaal | art. 13.13 Omgevingswet | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 41. | AA8. g. | het kennisgeven van een overeenkomst kostenverhaal | art. 16.138 Omgevingswet | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 42. | AA8. h. | het afzien van het verhalen van kosten | art. 13.11, tweede lid, Omgevingswet ko. 8.14 Omgevingsbesluit | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| AA9. Schade | ||||||
| 43. | AA9. a. | het toekennen van nadeelcompensatie | art. 15.1, lid 1, onder d, i, j, k, m, n en o en lid 2, Omgevingswet | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 44. | AA9. b. | het toekennen van nadeelcompensatie m.b.t raadsbesluit | art. 15.8 Omgevingswet | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 45. | AA9. c. | het besluiten tot overdracht van de bevoegdheid van een ander bestuursorgaan om te beslissen op verzoek om nadeelcompensatie, dan wel het instemmen met een verzoek daartoe | art. 15.8, lid 3, Omgevingswet | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 46. | AA9. d. | het sluiten van een schadeverhaals-overeenkomst | art. 13.3c Omgevingswet | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 47. | AA9. f. | het beslissen over een verzoek om nadeelcompensatie | art. 4:126 Awb | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 48. | AA9. g. | het aanwijzen van adviseurs met betrekking tot de aanvraag nadeelcompensatie | art. 4 Verordening nadeel-compensatie Amsterdam 2022 | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 49. | AA9. i. | de bevoegdheid tot het verlenen v/e voorschot op de nadeelcompensatie | art. 7 Verordening nadeel-compensatie Amsterdam 2022 | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| AA10. Milieueffectrapportage (m.e.r.) | ||||||
| 50. | AA10. a. | het beoordelen of er sprake is van aanzienlijke milieueffecten | art. 16.43, lid 2, Omgevingswet | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 51. | AA10.b. | het op verzoek uitbrengen van advies over reikwijdte en detailniveau | art. 16.46 Omgevingswet | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 52. | AA10.c. | het vragen van advies aan de Commissie mer | art.16.47 Omgevingswet | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 53. | AA10.e. | het opnemen van het resultaat van de plan-mer-beoordeling in een (ontwerp) plan of programma | art.11.1 Omgevingsbesluit | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| 54. | AA10.f. | het monitoren van milieueffecten van plan of programma | art.11.5 Omgevingsbesluit | college | Afdelingshoofd Teamleider | |
| AA12. Bevoegdheden in bijzondere omstandigheden | ||||||
| 55. | AA12.b. | het verstrekken van gegevens en treffen van maatregelen bij een archeologische toevalsvondst | art.19.2 Omgevingswet | college | Afdelingshoofd Teamleider | |