• - De gemeente verstrekt geen voorziening voor jeugdhulp als er:
    • - met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of de Zorgverzekeringswet;
    • - naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wmo; of
    • - gegronde redenen zijn voor het college om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.
  • - Als er meer oorzaken zijn voor de problematiek en daardoor op grond van de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet een soortgelijke voorziening kan worden verkregen als die op grond van de Jeugdwet moet het college de voorziening op grond van de Jeugdwet verstrekken.
  • - De jeugdige of zijn ouder(s) of zijn wettelijk vertegenwoordiger die een aanvraag voor jeugdhulp doen, worden verwezen naar de instantie waar een aanvraag voor een voorziening op basis van de voornoemde wetten kan worden behandeld.
  • - Bij een verwijzing als bedoeld in het vorige lid naar Wet langdurige zorg wordt cliëntondersteuning ingeschakeld.