1. Het college trekt de vaste-standplaatsvergunning in:
a. op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of
b. twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 11 een aanvraag tot overschrijving is ingediend.
2. Het college kan de vaste-standplaatsvergunning intrekken als:
a. de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;
b. de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden;
c. van de vergunning gedurende ten minste twee maanden geen gebruik is gemaakt;
d. de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; of
e. de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd.
3. Als de in het tweede lid bedoelde intrekking voor bepaalde tijd is, kan het college bepalen dat de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde vaste standplaats tijdelijk vervalt.
Paragraaf 3.
Artikel 12.
Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning
Onderdeel van Marktverordening gemeente Vlissingen 2026