1.Het college weigert de standplaatsvergunning indien:
a. de aanvrager bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt;
b. de aanvraag is ingediend buiten de termijn waarbinnen de vaste-standplaatsvergunning kon worden aangevraagd;
c. voor alle standplaatsen reeds een standplaatsvergunning is verleend;
d. het assortiment van aanvrager niet binnen één branche valt;
e. het maximale aantal standplaatsvergunningen is verleend voor de branche waarvoor de vergunning wordt aangevraagd;
f. verlening van de aangevraagde vergunning naar het oordeel van het college leidt tot een onaanvaardbare aantasting van de in artikel 4, tweede lid, genoemde belangen;
g. de aanvrager minderjarig is en/of niet gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten.
h. de door aanvrager aangevraagde afmetingen van de standplaats de beschikbare ruimte overschrijdt;
i. de rechtspersoon of de onderneming van de aanvrager niet staat ingeschreven in het handelsregister
2. Het college kan de vaste-standplaatsvergunning weigeren, indien de marktcommissie daartoe adviseert.
3. Onverminderd het bepaalde in de vorige leden kan het college in zijn nadere regels bepalen in welke categorieën gevallen het college ter bescherming van de in artikel 4, derde lid, genoemde belangen, een standplaatsvergunning weigert of kan weigeren.