**1..** Een jeugdige en/of ouder(s) komt in aanmerking voor een individuele voorziening als het college van oordeel is dat de jeugdige en/of ouder(s) jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- of opvoedingsproblematiek, psychische problemen of stoornissen en voor zover:
de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, als bedoeld in artikel 12 van deze verordening, ontoereikend zijn;
en
gebruikmaking van een algemene voorziening, als bedoeld in artikel 2 van deze verordening;
of
gebruikmaking van een andere voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.
Bij het bepalen van de mate van de opgroei- of opvoedingsproblematiek wordt gebruik gemaakt van het ordeningsprincipe Kind in Fryslân.
**2..** Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en er wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie. Er is sprake van bewezen effectieve voorzieningen als de effectiviteit is vastgesteld in wetenschappelijk onderzoek en de interventie(s) zijn opgenomen als zijnde ‘erkend’ in:
de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut;
de zorgstandaarden van de GGZ Standaarden;
de databank voor interventies gericht op jeugdigen met een beperking (databank interventies gehandicaptenzorg).
**3..** Een algemene voorziening kan de noodzaak voor een individuele voorziening verminderen of wegnemen als deze (a) daadwerkelijk beschikbaar is en (b) passend en toereikend is voor de hulpvraag aan het college.
**4..** Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de meest adequate, tijdig beschikbare en goedkoopste voorziening.
**5..** De jeugdige en de ouder(s) kunnen geld terugkrijgen voor kosten van jeugdhulp die zij zelf hebben betaald. Dit kan voor kosten die zijn gemaakt tot drie maanden vóór de aanvraag, als zij aan de volgende voorwaarden voldoen:
op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet;
het college de noodzaak en geschiktheid van de voorziening en de gemaakte kosten voor zover achteraf nog kan beoordelen, en;
de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 11.
Criteria voor toekenning van een individuele voorziening
Onderdeel van Verordening Hart voor de Jeugd gemeente Ooststellingwerf 2026