Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Grondprijzen bedrijventerreinen

Onderdeel van Beleidsregel Nota Grondprijzen 2026

De grondprijzen voor bedrijventerreinen zijn, voor zover deze zijn bepaald, opgenomen in artikel 2.2. In dit hoofdstuk volgt de uitleg van de in deze tabel opgenomen prijzen. Bij het vaststellen van de bedragen wordt vaak gesproken over de het inflatiepercentage (CPI), hoe deze is vastgesteld is te lezen in artikel 2.1. De keuze voor locaties voor bedrijventerreinen, wordt bepaald door een groot aantal factoren. Deze hangen deels samen met kenmerken van de locatie zelf, maar ook van het beschikbare arbeidspotentieel, de aard en de ligging van de locatie. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de bereikbaarheid, de parkeermogelijkheden, de zichtbaarheid, de representativiteit, de ligging ten opzichte van afnemers/klanten, de houding van de (lokale) overheid ten aanzien van ondernemingen én om de grondprijs. Dit verschilt per type bedrijf en ook hebben bedrijfsruimtegebruikers vaak een zeer sterke lokale binding. 6.1 . Bedrijventerreinen Omwille van enerzijds de noodzakelijke transparantie, maar ook om voor alle bedrijven een marktconforme grondprijs in rekening te brengen wordt uitgegaan van vaste grondprijzen voor bedrijventerreinen. Als het college wenst af te wijken van de door haar vastgestelde grondprijzen en dit direct invloed heeft op het resultaat van de grondexploitaties zal zij daarvoor toestemming vragen van de raad. De nog beschikbare kavels worden geïndexeerd met het inflatiepercentage (CPI) voor nieuwe overeenkomsten, zoals opgenomen in artikel 2.1.1. Bedrijfswoningen Als er kavels beschikbaar komen die een bedrijfswoning toestaan, zal er op dat moment een nieuwe toeslag bepaald worden. 6.2 . Kantoren Het succes van een bepaalde kantorenlocatie wordt door een groot aantal factoren bepaald. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan de ligging, de bereikbaarheid met zowel auto als openbaar vervoer, parkeermogelijkheden en de algemene uitstraling van de locatie. De grondprijs per vierkante meter bruto vloeroppervlak (bruto vloeroppervlakte volgens NEN 2580) voor de kantoorlocaties wordt per locatie door middel van de residuele en de comparatieve methode bepaald. Als daar aanleiding toe is wordt de hulp ingeschakeld van een externe onafhankelijke taxateur. Bij het afrekenen wordt gekeken naar de Floor Space Index (FSI). Dit is een dichtheidsmaat waarbij het totale vloeroppervlak van één of meerdere gebouwen wordt gedeeld door het oppervlak van het bijbehorende terrein. Als de FSI lager is dan 1 dan wordt afgerekend op basis van het aantal uitgeefbare meters terrein, als de FSI hoger is dan 1 dan wordt er afgerekend op basis van het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlak van het gebouwde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel