• - Het college kan een besluit tot toekenning van een vervoersvoorziening beëindigen, opschorten, herzien, of intrekken, als het vaststelt dat:
    • - niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij deze verordening;
    • - een besluit is genomen op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen;
    • - de verstrekte vervoersvoorziening naar het oordeel van het college niet meer de meest passende vervoersvoorziening is;
    • - ouders weigeren het bedrag bedoeld in artikel 22, van deze verordening, te betalen of nalatig zijn in het betalen ervan;
    • - ouders weigeren de draagkrachtafhankelijke eigen bijdrage bedoeld in artikel 23 te betalen of nalatig zijn in het betalen ervan;
    • - sprake is van onaanvaardbaar gedrag door de leerling of ouder/begeleider, gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of
    • - het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie voor de leerling zelf, andere reisgenoten of de chauffeur in het aangepast vervoer.
  • - De kosten van een ten onrechte genoten vervoersvoorziening kunnen van de ouders worden teruggevorderd, of worden verrekend met een verstrekte maar nog niet uitbetaalde vervoersvergoeding.