• - Het college stelt een Bomenkaart vast waarop de monumentale en andere beschermenswaardige bomen in de gemeente worden vermeld.
  • - Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag te vellen of te doen vellen:
    • - de houtopstanden die staan vermeld op de in het eerste lid genoemde Bomenkaart;
    • - houtopstanden die zijn geplant in het kader van een herplantplicht; en
    • - houtopstanden buiten de bebouwde kom welke een stamomtrek van 126 centimeter of meer gemeten op 1,30 meter boven maaiveld dan wel een stamdiameter van 40 centimeter of meer hebben.
  • - In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:
    • - de natuurwaarde van de houtopstand;
    • - de landschappelijke waarde van de houtopstand;
    • - de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
    • - de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
    • - de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of
    • - de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
  • - Het verbod is niet van toepassing:
    • - op een houtopstand die moet worden geveld krachtens artikel 28 van de Plantgezondheidswet;
    • - op het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten, mits de betreffende boom of bomen deze cultuurvorm al hebben;
    • - als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.
  • - Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning een voorschrift verbinden inhoudende een verplichting tot een financiële bijdrage aan het Bomenfonds.
  • - Het college kan nadere regels vaststellen over de financiële bijdrage aan het Bomenfonds.