1. Het college wijst een aanvraag af wanneer een ontheffing als bedoeld in artikel 13 wordt aangevraagd:

a. voor een bedrijfs- of vrachtauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone door een ondernemer of eigenaar die zich na ingangsdatum van de nul-emissiezone in het gebied van deze zone heeft gevestigd;

b. voor een bedrijfsauto of vrachtauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone met een datum tenaamstelling na ingangsdatum van de nul-emissiezone, of;

c. door een ondernemer of eigenaar die na ingangsdatum van de nul-emissiezone werk heeft aangenomen in deze zone met een bedrijfsauto of vrachtauto die niet voldoet aan de eisen van de nul-emissiezone.

2. Het college trekt een verleende ontheffing in:

a. indien ter verkrijging daarvan aantoonbaar onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

b. indien gewijzigd beleid dit noodzakelijk maakt;

c. veranderde wet- en regelgeving dit noodzakelijk maakt;

d. op verzoek van de ontheffinghouder;

e. als geconstateerd wordt dat niet meer wordt voldaan aan de voorschriften, voorwaarden dan wel beperkingen die aan de ontheffing zijn verbonden en waaronder de ontheffing is verleend;

f. als de datum tenaamstelling van een voertuig waarvoor op grond van paragraaf 1 en 3 ontheffing is verleend, is gewijzigd.