Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 22

Gebruikelijke hulp

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Assen 2026

Bij het beoordelen van wat als gebruikelijke hulp geldt, gebruikt de gemeente de artikelen 82 en 247 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Het uitgangspunt is dat ouders zelf verantwoordelijk zijn voor een gezonde en veilige opvoeding van hun kinderen. Zij moeten de benodigde hulp kunnen bieden, ook als het kind een beperking heeft of psychische, psychosociale of gedragsproblemen. Als uit onderzoek blijkt dat ouders daartoe (tijdelijk) niet in staat zijn, kan de gemeente besluiten dat er geen of minder gebruikelijke hulp van hen verwacht mag worden. Dit geldt bijvoorbeeld in de volgende situaties: ouders hebben aantoonbare beperkingen die hen verhinderen om noodzakelijke hulp te bieden ouders missen de kennis of vaardigheden om die hulp te geven ouders zijn overbelast of dreigen overbelast te raken, waardoor hulp tijdelijk niet van hen gevraagd kan worden totdat die situatie is verbeterd. De wetgever verstaat onder de zorgplicht in ieder geval de volgende acht kernpunten van goed ouderschap: een onvoorwaardelijke toewijding continuïteit in de opvoedingsrelatie verzorging en zorg voor lichamelijk welzijn opvoeding tot zelfstandigheid en sociale en maatschappelijke participatie het organiseren en monitoren van de opvoeding in het gezin, op school en in het publieke domein zorgdragen voor de vorming van de afstammingsidentiteit van het kind zorgdragen voor contact- en omgangsmogelijkheden met voor het kind belangrijke personen een veilige opvoedsituatie van het kind. Bij de beoordeling van de gebruikelijke hulp van ouder(s) voor kinderen wordt de richtlijn ‘Gebruikelijke zorg van ouder(s) voor kinderen en jeugdigen met een normaal ontwikkelingsprofiel in verschillende levensfases van het kind/de jeugdige’ als uitgangspunt gehanteerd: Kinderen van 0 tot 3 jaar Hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 3 tot 5 jaar Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer) hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen hebben hulp, toezicht, stimulans, zindelijkheidstraining en controle nodig bij toiletgang hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 5 tot 12 jaar Kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school oplopend van 22 tot 25 uur per week kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is) hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tandenpoetsen hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie zijn overdag zindelijk, en ‘s nachts merendeel ook. Ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouder(s)/verzorgers hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrijetijdsbesteding gaan hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 12 tot 18 Hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bijv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen) hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Als er sprake is van bovengebruikelijke hulp verstrekt de gemeente geen voorziening voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouder(s) toereikend zijn. Dit geldt ook als er sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen. Voor het beoordelen van de eigen mogelijkheden van ouder(s) worden onder andere de volgende vragen gesteld: Is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden? Is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? Levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op? Ontstaan er financiële problemen in het gezin door het bieden van hulp? De gemeente hanteert bij het beoordelen van deze vraag de volgende uitgangspunten: er ontstaan geen financiële problemen als het gezinsinkomen niet wijzigt door het bieden van hulp door ouder(s) als het gezinsinkomen wijzigt door het bieden van hulp door ouder(s), moeten ouder(s) aannemelijk maken dat er financiële problemen ontstaan een voorziening voor jeugdhulp is niet bedoeld als inkomen voor de ouder(s). De gemeente beoordeelt alle aspecten uit dit artikel op de volgende wijze: draagkracht en de draaglast van het gezin worden tegen elkaar afgewogen. Van een gezonde draagkracht is sprake als ouder(s) of andere huisgenoten onderling zorg kunnen dragen voor normale, dagelijkse hulp. Ouder(s) zijn verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als sprake is van een minderjarig kind met een ziekte, aandoening of beperking. Voor zover het van toepassing is en tot de mogelijkheden behoort dat ouder(s) hun kinderen zelf hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf bieden, kent de gemeente geen individuele voorziening toe. Als de noodzakelijke hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf van ouder(s) voor hun kind(eren) voor wat betreft de aard, frequentie en benodigde tijd voor deze handelingen zwaarder is dan de zorg die kinderen van dezelfde leeftijd redelijkerwijs nodig hebben, neemt de gemeente in haar onderzoek de balans tussen draaglast en draagkracht mee. De gemeente bepaalt of de draagkracht van het gezin om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden in overeenstemming is met de draaglast, op basis van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s), samen met de personen die tot hun sociale omgeving behoren en beschikbare andere en overige voorzieningen. De gemeente maakt voor wat betreft het vaststellen van de balans tussen draagkracht en draaglast een onderscheid in kortdurende en langdurende situaties: kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden langdurend: het gaat om situaties waarbij naar verwachting de hulp langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van drie maanden. Bij de beoordeling van (dreigende) overbelasting, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ouder(s) maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt de gemeente ook rekening met: de behoefte en mogelijkheden van de jeugdige de duur van de inzet, waarbij als uitgangspunt geldt dat kortdurende inzet niet tot overbelasting leidt de planbaarheid van de hulp de benodigde ondersteuningsintensiteit de samenstelling van het gezin en de woonsituatie de noodzaak van de ouder(s) om in een inkomen te voorzien. Er kan tijdelijk jeugdhulp worden ingezet vanwege onvoldoende kennis of vaardigheden of (dreigende) overbelasting. De gemeente verwacht dat ouder(s) zich binnen hun mogelijkheden inspannen om de kennis of vaardigheden uit te breiden en/of de eigen draagkracht te vergroten. De gemeente kan nadere regels stellen over het beoordelen van de gebruikelijke hulp.

Rechtspraak bij dit artikel