De gemeente stemt de jeugdhulp af op het aanbod van activiteiten, diensten of middelen van andere wetten, zodat deze zoveel mogelijk op elkaar aansluiten. Ook ondersteunt de gemeente de jeugdige en/of zijn ouder(s) bij het verkrijgen van toegang tot de andere voorziening(en) of bij behoud van de continuïteit van de noodzakelijke zorg. Afstemming vindt plaats voor activiteiten, diensten of middelen via bijvoorbeeld:
de Leerplichtwet
de Participatiewet
de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
de Wet Inburgering 2021
de Wet kinderopvang
de Wet langdurige zorg
de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
de Wet passend onderwijs
de Wet publieke gezondheid
de Wet tijdelijk huisverbod
de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en
de Zorgverzekeringswet.
De afgestemde jeugdhulp wordt zodanig ingezet dat dit leidt tot:
het opheffen van een situatie die voor een jeugdige, zijn ouder(s) of hun omgeving levensbedreigend is of kan leiden tot ernstige gezondheidsschade
stabilisatie van een crisissituatie, anders dan bedoeld onder a
een voldoende mate van duurzame zelfredzaamheid van een jeugdige of een ouder, voor zover dat binnen het vermogen ligt.
De gemeente weegt bij de afstemming van de jeugdhulp de volgende aspecten mee:
de behoefte aan hulp en ondersteuning van een jeugdige of een ouder
de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van een jeugdige en/of zijn ouder(s) en de mogelijkheden van het sociale netwerk
welke volgorde van inzet van hulp en ondersteuning naar verwachting het meeste effect oplevert en in hoeverre hulp en ondersteuning gelijktijdig kan of moet worden ingezet
welke hulp en ondersteuning leidt tot de minste maatschappelijke kosten op lange termijn.
Als een jeugdige of een ouder of wettelijk vertegenwoordiger weigert mee te werken aan ondersteuning als bedoeld in het eerste lid, kan de gemeente het onderzoek beëindigen en een individuele voorziening weigeren.
Als een jeugdige van 16½ jaar of ouder die hulp via de Jeugdwet ontvangt naar alle waarschijnlijkheid na de 18e verjaardag hulp of ondersteuning nodig heeft vanuit een wet zoals benoemd in het eerste lid, zet de gemeente zich in om de continuïteit van hulp en ondersteuning te waarborgen.
De gemeente onderzoekt, als de jeugdige een leeftijd heeft van 17 jaar, actief welke hulp of ondersteuning de jeugdige nodig heeft vanaf de 18e verjaardag vanuit Wet maatschappelijke ondersteuning, Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet en/of de Wet passend onderwijs of dat er sprake is van verlengde jeugdhulp.