**1..** De referendumcommissie heeft tot taak:
- - de raad te adviseren over:
- - de vraag of een referendumverzoek voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2;
- - de vraag of een referendumverzoek ziet op het gehele ontwerp-raadsbesluit of op een op zichzelf staand beslispunt daarin;
- - de formulering van een vraagstelling voor het referendum inclusief de antwoordmogelijkheden;
- - de datum van de stemming over het referendum
- - het college te adviseren over:
- - de subsidieregeling in het kader van deze verordening;
- - toezicht te houden op:
- - de uitvoering van deze verordening en een eerlijk verloop van het referendum;
- - het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum;
- - subsidieverstrekking door het college in het kader van deze verordening
- - klachten te behandelen in het kader van de toezichttaak, genoemd onder d;
- - binnen drie maanden na de dag waarop het referendum wordt gehouden dan wel binnen drie maanden nadat duidelijk is dat er geen referendum plaatsvindt, een evaluatie uit te brengen over het referendumproces aan de raad.
**2..** De referendumcommissie vraagt de initiatiefnemer om diens zienswijze, en betrekt dit bij haar advies zoals bedoeld in lid 1 sub a.
**3..** De referendumcommissie kan op eigen initiatief aan de raad, het college, de burgemeester dan wel het gemeentelijk stembureau advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht.
**4..** De referendumcommissie brengt terstond advies uit als een ingediende klacht zo ernstig is, dat de gedraging of publicatie waarop de klacht betrekking heeft, moet worden gestaakt.
**5..** De referendumcommissie vergadert in beslotenheid.
**6..** De raad en het college stellen aan de referendumcommissie de voor de advisering benodigde stukken onverwijld ter beschikking.
**7..** De besluiten en adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar, tenzij in het kader van artikel 5.1 Wet open overheid de openbaarmaking achterwege moet blijven.