Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Mate van verwijtbaarheid

Onderdeel van Beleidsregel handhaving Wet goed verhuurderschap gemeente Rijswijk

1.. Bij de berekening van de bestuurlijke boete voor overtreding zoals bedoeld in artikel 2, artikel 2a artikel 2b en/of artikel 3 van de Wet wordt voor alle overtredingen als uitgangspunt het boetenormbedrag gehanteerd. Deze normbedragen zijn van toepassing indien sprake is van normale verwijtbaarheid. 2.. Als in afwijking van het eerste lid sprake is van een andere mate van verwijtbaarheid gaan burgemeester en wethouders in de berekening uit van de volgende categorisering: Burgemeester en wethouders hanteren 200% van het van toepassing zijnde boetenormbedrag in artikel 2 wanneer de overtreder naar het oordeel van burgemeester en wethouders met opzet handelt in strijd met de Wet. Burgemeester en wethouders hanteren 150% van het van toepassing zijnde boetenormbedrag in artikel 2 wanneer naar het oordeel van burgemeester en wethouders sprake is van ernstige nalatigheid of omstandigheden die in onderlinge samenhang bezien leiden tot grove schuld bij de overtreder. Burgemeester en wethouders hanteren 50% van het van toepassing zijnde boetenormbedrag in artikel 2 wanneer de overtreder aannemelijk maakt dat de ernst van de overtreding beperkt is of als de overtreder aannemelijk maakt dat er sprake is van verminderde verwijtbaarheid ten aanzien van de geconstateerde overtreding. 3.. Bij het bepalen van de mate van verwijtbaarheid zoals omschreven in lid 2 kunnen in ieder geval de volgende omstandigheden meewegen: eerdere interventies of geconstateerde overtredingen; overtredingen van andere aard in de controleperiode; het behaald voordeel met de overtreding; de impact/duur van de overtreding en of de overtreding op eigen initiatief is beëindigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel