Naar hoofdinhoud

Artikel 14.

Waardering en afschrijving vaste activa

Onderdeel van Verordening financieel beleid, beheer en organisatie

1.. Investeringen tot en met 2025 worden geactiveerd als de kapitaallast per jaar groter of gelijk is aan € 1.000. Vanaf 1 januari 2026 worden alle investeringen die groter zijn dan € 10.000 en/of waarvan de kapitaallast per jaar groter is dan € 1.000 geactiveerd. 2.. Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in maximaal 5 jaar afgeschreven als is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 60 van het Besluit begroting en verantwoording. 3.. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd als is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 61 van het Besluit begroting en verantwoording. 4.. De kosten van het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio worden direct ten gunste of ten laste van het resultaat gebracht in het jaar van het afsluiten van de geldlening. 5.. Met afschrijven wordt begonnen in het jaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed is gekomen of is verworven en in gebruik genomen. 6.. Geactiveerde kosten worden lineair afgeschreven. 7.. Bij investeringen met een economisch nut wordt waar mogelijk de componentenbenadering toegepast. Dit houdt in dat verschillende samenstellende delen van een actief afzonderlijk worden afgeschreven op basis van het individuele waardeverloop van de delen. 8.. Voor investeringen die zijn opgenomen in vastgestelde beheerplannen worden de daarin opgenomen afschrijvingstermijnen gehanteerd. 9.. De afschrijvingstermijnen staan in een afschrijvingstabel. Deze tabel is opgenomen in Bijlage 1 Afschrijvingstabel investeringen. Afwijken van de in de tabel genoemde afschrijvingstermijnen kan alleen met instemming van de raad. 10.. Het college biedt de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als bijlage bij de begroting. Met dat plan wordt inzicht gegeven in de geplande investeringen en de daarbij behorende kapitaallasten voor de komende meerjarenperiode.

Rechtspraak bij dit artikel