Naar hoofdinhoud

Artikel 15.

Voorziening voor oninbare vorderingen

Onderdeel van Verordening financieel beleid, beheer en organisatie

1.. Er is een voorziening voor oninbare debiteuren. De omvang van deze voorziening wordt jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening berekend. 2.. Voor openstaande vorderingen ouder dan drie maanden wordt jaarlijks (november) beoordeeld of er sprake is van oninbaarheid. Daarbij wordt rekening gehouden met de economische situatie en de informatie welke van derden wordt ontvangen met betrekking tot mogelijke problemen inzake het innen van vorderingen. 3.. Jaarlijks (4e kwartaal) besluit het college over de afboeking van oninbare vorderingen. De afboeking wordt ten laste gebracht van de voorziening dubieuze debiteuren. 4.. Over het saldo van oninbare vorderingen wordt gerapporteerd in de jaarrekening.

Rechtspraak bij dit artikel