** 1. .** Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat als gevolg van een verwijtbaar doen is ontstaan, indien de aanvrager of een lid van zijn huishouden:
diens huishouden heeft uitgebreid, zonder over een daartoe passende woonruimte te beschikken;
een passende woonruimte heeft aangeboden gekregen en dit woningaanbod geweigerd heeft in de periode dat aannemelijk werd dat er sprake was van een huisvestingsprobleem aangaande de huidige woonruimte, tot tenminste twee jaar voorafgaand aan het indienen van de aanvraag, tenzij hier aantoonbaar een goede reden voor is geweest;
een passende zelfstandige woonruimte heeft achtergelaten;
een woonruimte accepteerde die, op grond van destijds bekende feiten en omstandigheden, niet past bij de woonbehoeften van diens huishouden, tenzij hier aantoonbaar een goede reden voor is geweest;
een huurovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan, waardoor de aanvrager de woonruimte dient te verlaten;
de zelfstandige woonruimte waarvan deze huurder is, heeft onderverhuurd of anderen in diens zelfstandige woonruimte laat inwonen;
de woning uitgezet is door huurschuld, overlast, fraude of criminele activiteiten veroorzaakt door de aanvrager of een lid van diens huishouden en daardoor niet langer beschikt over een zelfstandige woonruimte; of
in de gemeente is komen wonen zonder te zorgen voor adequate woonruimte voor zichzelf of eventuele nareizende leden van zijn of haar huishouden, tenzij hier een aantoonbaar goede reden voor is geweest.
** 2. .** Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat gevolg van een verwijtbaar nalaten is ontstaan, indien de aanvrager of een lid van zijn huishouden:
niet alles heeft gedaan wat redelijkerwijs tot diens mogelijkheden behoort om het huisvestingsprobleem te voorkomen of op te lossen;
een passend woningaanbod van Woonservice in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag heeft afgewezen, tenzij sprake is van een urgentieaanvraag op medische redenen, mantelzorg of uitstroom uit een instelling of blijf-van-mijn-lijfhuis;
niet optimaal heeft gereageerd op het beschikbare woningaanbod op Woonservice;
niet gedurende tenminste drie maanden direct voorafgaand aan de aanvraag aantoonbaar gereageerd op beschikbaar en passend aanbod, tenzij sprake is van een urgentieaanvraag om medische redenen, mantelzorg of uitstroom uit een instelling of blijf-van-mijn-lijfhuis;
veelvuldig of uitsluitend op eengezinswoningen reageert;
zonder legitieme noodzaak, veelvuldig of uitsluitend reageert binnen een beperkter zoekgebied dan de hele regio (IJmond en Zuid-Kennemerland); of
woningruil, doorstroming via een corporatie, huren in de vrije sector bij een hoger inkomen niet onderzocht heeft of het wel heeft onderzocht maar daarop onvoldoende actie ondernomen heeft.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Uitwerking weigeringsgrond artikel 2.3.11, aanhef en onder d HVV: Het huisvestingsprobleem is een gevolg van verwijtbaar doen of nalaten
Onderdeel van Nadere regels woonurgentie Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2026