Door de leden wie het aangaat wordt, voor aanvang van elk onderzoek, gemeld of ze eventuele relaties dan wel contacten hebben (gehad) met (mogelijk) bij het onderzoek betrokken (rechts)personen. Bij deze melding wordt tevens duidelijk gemaakt waaruit die relaties dan wel contacten bestaan of bestonden. De rekenkamer oordeelt vervolgens of sprake is of kan zijn van (een schijn van) belangenverstrengeling.
Indien de rekenkamer van oordeel is dat sprake is van (een schijn van) belangenverstrengeling, bepaalt de rekenkamer vervolgens of, en zo ja, onder welke voorwaarden het voorgenomen onderzoek doorgang kan vinden.
Leden nemen tijdens hun lidmaatschap van de rekenkamer geen afstand van een eenmaal uitgebracht rapport, advies of richtinggevende uitspraak.
Artikel 4.
Onafhankelijkheid en gedragsregels
Onderdeel van Reglement van Orde voor werkzaamheden en vergaderingen van de rekenkamer Heumen 2026