| Gezonde leefomgeving | Omgevingsveiligheid |
| Wat willen wij bereiken? | Bijdragen aan het beheersen van veiligheid- en gezondheidsrisico’s. |
| Hoe zetten we ons instrumentarium in? | Hoe zetten we vergunningverlening in? De juiste ketenpartners en toezichthouders worden, wanneer er sprake is van een risico voor de omgevingsveiligheid, bij aanvragen betrokken. Elke aanvraag waar dat van toepassing is, wordt aan de risico’s van nieuwe vormen van energie- opwekking en opslag, zoals (grote) batterijen en waterstof getoetst. Hoe zetten we toezicht in? Bij nieuwe bedrijven, met hogere omgevingsveiligheidsrisico’s voert de ODU altijd een oplevercontrole uit. Toezichthouders wijzen ondernemers op bovenwettelijke maatregelen en subsidiemogelijkheden hiervoor. Hoe zetten we advisering in? Er wordt geadviseerd over de risico’s van nieuwe vormen van energie- opwekking en opslag, zoals (grote) batterijen en waterstof. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de meest recente informatiebronnen. |
| Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit? | Oppakken in 2026: Overzicht van ketenpartners en (hun) informatiebronnen. Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: Initiëren en bijdragen aan een regionaal beleidskader of omgevingsprogramma Omgevingsveiligheid, met daarin eenduidige definities, maatregelen die in een vergunning kunnen worden opgelegd (via Omgevingsplan of voorwaarden aan een BOPA) en bovenwettelijke ambities. Overzicht van risico’s op het thema omgevingsveiligheid. Deze risico’s zijn gekoppeld aan (nieuwe) bedrijven en activiteiten. Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Niet van toepassing Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) Niet van toepassing |
| Samenwerking. Met wie werken we samen? | VRU, Gasunie, ProRail |
| Monitoring. Hoe meten we dit? | In elk dossier waarin sprake is van een risico voor de omgevingsveiligheid is vastgelegd op welke wijze hierop is getoetst. Het aantal nieuwe vergunningen voor bedrijven met hogere omgevingsveiligheidsrisico's waarbij een oplevercontrole is uitgevoerd. Het werkproces bevat een instructie wanneer welke ketenpartner wordt betrokken. Minimaal 5 % van de dossiers controleren op het op het tijdig betrekken van ketenpartners (representatieve steekproef). In elk dossier is vastgelegd op welke wijze er aandacht is voor nieuwe vormen van energie- opwekking en opslag (representatieve steekproef). Het aantal oplevercontroles ten opzichte van de verleende vergunningen/meldingen met een hogere omgevingsveiligheidsrisico. |
| Gezonde leefomgeving | Luchtkwaliteit |
| Wat willen wij bereiken? | Bijdragen aan het voldoen aan de laatst vastgestelde EU-grenswaarden per 2030. |
| Hoe zetten we ons instrumentarium in? | Hoe zetten we vergunningverlening in? Er worden in vergunningen strengere voorwaarden opgenomen met betrekking tot luchtemissies, zowel bij nieuwe vergunningen als bij de actualisatie van bestaande vergunningen. Waar mogelijk wordt een verplichting opgenomen tot het monitoren van luchtemissies, mits passende normering binnen de BREF-range mogelijk is. Hoe zetten we toezicht in? Bedrijven die de meeste negatieve invloed hebben op de luchtkwaliteit krijgen de hoogste prioriteit. Projectmatig toezicht op de werking en keuring van (stook)installaties die een negatieve invloed op de luchtkwaliteit kunnen hebben. Toezichthouders geven aan bij welke bedrijven mogelijk winst te behalen valt door de vergunning te actualiseren. Hoe zetten we advisering in? Adviseren op basis van best practices en bewezen effectieve maatregelen. Bijdragen aan een duurzame regionale overlegstructuur voor het thema luchtkwaliteit. Op verzoek van gemeenten bijdragen aan de actualisatie van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit. |
| Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit? | Oppakken in 2026: Een overzicht van juridische mogelijkheden om striktere voorschriften in vergunningen op te nemen, waarbij het startpunt het rapport “resultaatgerichte waarden stellen” van KokxDeVoogd is. Een overzicht maken van het wettelijk kader voor luchtkwaliteit, inclusief EU-richtlijnen, landelijke wetgeving en de speelruimte in het omgevingsplan. Een overzicht van beschikbare en relevante data. Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: Inzicht in welke bedrijven het meeste bijdragen aan luchtvervuiling. In kaart brengen welke emissies er zijn bij verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Een prioritering voor sectoren en stoffen maken. Opleiden van toezichthouders in het herkennen luchtemissies/installaties. Opleiden van VTHA-medewerkers in het kader van BREF/BBT, RIE en Europese ontwikkelingen. Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Onderzoeken wat de pilot ten aanzien van fijnstof reductie bij agrariërs bij de OD De Vallei heeft opgeleverd. Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) Niet van toepassing |
| Samenwerking. Met wie werken we samen? | Een aantal taken ligt altijd bij het bevoegd gezag, zoals het opstellen van het Omgevingsplan en hierin de mogelijkheden voor een betere luchtkwaliteit benutten. Daar is ook de GGDrU bij betrokken. Verder zijn er goede mogelijkheden om regionaal samen te werken, bijvoorbeeld om in beeld te brengen wel bedrijven emissies veroorzaken en afspraken over monitoring. Landelijk haakt de ODU aan bij ODNL en de SLA lobby, ook wordt er geïnvesteerd in de relatie met de brancheverenigingen. |
| Monitoring. Hoe meten we dit? | Het aantal vergunningen verleend en geactualiseerd op het thema lucht kwaliteit waarin strengere voorschriften zijn opgenomen. Door middel van het toezichtseffect van toezicht op bedrijven die de meeste negatieve invloed hebben op de luchtkwaliteit. De bereikte (theoretische) uitstootvermindering van stoffen naar de lucht, op basis van vergunningen actualisatie en het toezichtseffect. Het aantal toezichtacties welke hebben geleid tot een herstel van een overtreding met een luchtkwaliteits component. |
| Gezonde leefomgeving | Geur |
| Wat willen wij bereiken? | Bijdragen aan het verminderen van geurhinder voor een gezonde woon- en leefomgeving, door regulering van geurbronnen. |
| Hoe zetten we ons instrumentarium in? | Hoe zetten we vergunningverlening in? Bij het toetsen van aanvragen wordt rekening gehouden met lokale afwegingen en regels ten aanzien van geurhinder. Bij het toetsen van aanvragen wordt zoveel mogelijk ingezet op het toepassen van BBT. Voorschriften opnemen voor de toepassing van BBT. Streven naar uniforme toepassing handreiking 2025 in regio, met toepassing standaardwaarden en advies bij maatwerk tot aan de grenswaarde. Hoe zetten we toezicht in? Toezichthouders hebben inzicht in ‘basisinformatie’ als mate van hinder, afstand tot geurbron, etc. Toezicht op de werking van bedrijven, inclusief installaties en fysieke inrichting, zoals sluizen, filters en deuren. Toezicht op basis van klachten. Hoe zetten we advisering in? Vroegtijdig in het proces adviseren het beperken van geurhinder. Adviseren van bedrijven om geurbronnen te verminderen en te reguleren. Adviseren in het kader van de totstandkoming van Omgevingsplannen. bijdragen aan het in beeld brengen van de gezondheidseffecten van geuroverlast in het kader van aanpak bij de bron. Hiervoor maakt de ODU onder meer gebruik van een actueel klachtenregistratiesysteem. |
| Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit? | Oppakken in 2026: De pilot voor samenwerkingsafspraken over klachtenafhandeling over geur (en gezondheid) evalueren en de aanpak verder verbeteren. Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: Een overzicht welke milieubelastende activiteiten ernstige geurhinder veroorzaken. Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Opnemen van relevante milieubelastende activiteiten als prioriteit in de actualisatiestrategie voor vergunningen en in de prioritering voor toezicht . Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) (Wetenschappelijke) inzichten in de gezondheidseffecten van geur vertalen in gerichte maatregelen die in de uitvoering te gebruiken zijn. Onderzoeken van de mogelijkheid om geur te reduceren via nieuwe technieken (Uv-stralen bijvoorbeeld). |
| Samenwerking. Met wie werken we samen? | GGDrU, VNG, politie, OD en gemeenten |
| Monitoring. Hoe meten we dit? | Registeren van klachten over geur in het klachtenregistratiesysteem, met aantallen ingediende en gevalideerde klachten over geur. Aantal verleende vergunningen met voorschriften voor de toepassing van BBT. Aantal toezichtsacties bij bedrijven op de algehele werking en het aantal geconstateerde overtredingen en constateringen per soort. Actualisatie van de vergunde situatie Veehouderijbedrijven in het Fundament Omgevingsinformatie Landelijk Gebied (FOLG) en provincie dekkende Geuratlas. |
| Gezonde leefomgeving | Geluid |
| Wat willen wij bereiken? | Bijdragen aan het verminderen van geluidshinder boven de geldende normen. Bijdragen aan het beperken van gezondheidsrisico’s door geluidsbelasting. |
| Hoe zetten we ons instrumentarium in? | Hoe zetten we vergunningverlening in? Maatwerkvoorschriften opleggen ten aanzien van vermijdbaar geluid. De negatieve gezondheidseffecten van geluidoverlast worden getoetst. Hierbij wordt een gebiedsgerichte aanpak gehanteerd. Zo wordt op industrieterreinen een andere norm gehanteerd dan in woonwijken. Er wordt rekening gehouden met cumulatieve en gezamenlijke geluidseffecten in plaats van enkel individuele Er worden voorschriften opgenomen die gaan over gedrag, bijvoorbeeld de sluis bij de toegangsdeur van horecagelegenheden. Waar mogelijk, worden in vergunningen voorschriften opgenomen voor de toepassing van de Best Beschikbare Technieken (BBT) zodat een lagere geluidsnorm kan worden bereikt. Hoe zetten we toezicht in? Bij algemene bedrijfsbezoeken wordt ook het aspect geluid betrokken. Toezichthouders hebben extra aandacht voor het aanpakken van vermijdbaar geluid, dat eenvoudig verminderd of voorkomen kan worden. Hoe zetten we advisering in? Adviseren ten behoeve van omgevingsplannen. |
| Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit? | Oppakken in 2026: Het bestaande protocol voor het meten en beheersen van laagfrequent geluid is gedeeld met- en bekend bij met bevoegde gezagen. Vergunningverleners volgen een training over het (cumulatieve) effect van geluid op de gezondheid van de mens en/of weten bij wie ze terecht kunnen om advies te vragen over dit thema. Er is een overzicht welke info en data waar beschikbaar is. Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: Stel checklists op om te bepalen wanneer advies nodig is van OD of in samenspraak met de GGD. Er wordt een centrale locatie worden ingericht waar klachten over geluid worden verzameld, geanalyseerd en snel opgepakt voor verdere actie. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande klachtenanalysetool. Er zijn/ worden voldoende toezichthouders opgeleid om te werken met geluidsmeetapparatuur. Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Vergunningverleners volgen een training over het (cumulatieve) effect van geluid op de gezondheid van de mens en/of weten bij wie ze terecht kunnen om advies te vragen over dit thema. De ODU informeert grote organisaties/installatiebedrijven, bijvoorbeeld voor de plaatsing van warmtepompen en airco's, om overlast te verminderen. Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) Vergunningen worden op het onderdee geluid geactualiseerd. Adviseurs stellen, samen met de afdeling communicatie een vierjaarlijkse communicatiestrategie op over bepaalde geluidsthema’s (bijvoorbeeld geluidsdempers op ventilatoren). |
| Samenwerking. Met wie werken we samen? | De partijen die in elk geval betrokken worden zijn geluidsadviseurs, RO-adviseurs, beleidsadviseurs, GGD, en RIVM (voor het geluidsregister) |
| Monitoring. Hoe meten we dit? | In elk vergunningendossier is vastgelegd op welke wijze er aandacht is voor de negatieve gezondheidseffecten van geluidoverlast (representatieve steekproef). Aantal verleende vergunningen met voorschriften voor de toepassing van BBT. In elk vergunningendossier is vastgelegd op welke wijze rekening gehouden is met cumulatieve en gezamenlijke geluidseffecten in plaats van enkel individuele geluidseffecten (representatieve steekproef). Toezichtseffect op het thema geluid (representatieve steekproef in combinatie kwalitatieve evaluatie). |
| Bodem & water | Bodemsturend |
| Wat willen wij bereiken? | Bijdragen aan het duurzaam gebruiken en benutten van bodem- en watersystemen, zodat de leefomgeving beschermd wordt en klimaatbestendig en waterveilig is ingericht. |
| Hoe zetten we ons instrumentarium in? | Hoe zetten we vergunningverlening in? Gebruik maken van de juiste informatiesystemen (BIS, BRO, LGR, DSO) om vergunningen aanvragen te beoordelen. Zorgvuldige en tijdige registratie van bodemkwaliteitsgegevens in de systemen. Hoe zetten we toezicht in? Risicogericht, op basis van naleefgedrag en op basis van locatie historie (BIS). Zorgvuldige en tijdige registratie van bodemkwaliteitsgegevens in de systemen. De hele keten van (grond)stoffenstromen betrekken bij het toezicht. Hoe zetten we advisering in? Actief meewerken aan het ontwikkelen van toetsingskaders, passend bij een integrale benadering van bodem en water in de ondergrond. Gebruik maken van de juiste informatiesystemen. |
| Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit? | Oppakken in 2026: Een informatieprotocol met duidelijke werkafspraken over het aanleveren, beheren en toegang tot informatie. Toezichthouders geven beleidsmakers actief feedback over wat zij tijdens het werk signaleren (BIG 8 gesprek). Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: De ODU draagt bij aan het opzetten van een regionale overlegstructuur waar op zijn minst kennis en ervaring wordt uitgewisseld. Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Een regionaal bodeminformatiesysteem dat aansluit op landelijke voorzieningen. Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) Een SamenWerkingsFunctionaliteit ontwikkelen, zodat (digitale) samenwerking beter kan verlopen. |
| Samenwerking. Met wie werken we samen? | Provincie, gemeenten, omgevingsdienst, drinkwaterbedrijven, waterschappen, de veiligheidsregio, Rijkswaterstaat, ondernemers en inwoners. |
| Monitoring. Hoe meten we dit? | Minimaal 25 dossiers controleren op het toepassen van de meest actuele informatie (representatieve steekproef). Verleende vergunningen (minimaal 25 dossiers) beoordelen op zorgvuldige registratie van bodemkwaliteitsgegevens in de systemen. De toepassing van het 4 ogen principe in de werkprocessen op het gebruik van juiste informatie bij vergunningverlening en advies (minimaal 25 dossiers). |
| Bodem & water | Waterkwaliteit |
| Wat willen wij bereiken? | Bijdragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit conform de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) door het voorkomen van lozen van chemische en organische stoffen in water door bedrijven. |
| Hoe zetten we ons instrumentarium in? | Hoe zetten we vergunningverlening in? In vergunningen worden voorschriften opgenomen die de waterkwaliteit , de doelmatige werking van de openbare voorzieningen voor de inzameling en transport van afvalwater beschermen en de werking van rioolwater- zuiveringsinstallaties blijven garanderen. De best beschikbare technieken (BBT) worden zo veel mogelijk toegepast, en waar nodig BBT plus. De aangepaste richtlijn industriële emissies en veehouderijen (RIE) is onderdeel van het toetsingskader bij vergunning-verlening. In de vergunningsprocedure wordt er ten aanzien van lozingsactiviteiten advies gevraagd aan het waterschap en bij milieubelastende activiteiten (“indirecte lozingen”) aan de gemeente, conform de regionale samenwerkingsafspraken vanuit de regio. Vergunningen worden conform het programma geactualiseerd waarbij de voorschriften in de vergunning worden afgestemd op de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Hoe zetten we toezicht in? Bedrijven die de meeste negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit krijgen de hoogste prioriteit in het toezicht. Toezicht wordt ingezet bij gezamenlijke controles (ODU en waterschap) op lozingen, inclusief bemonstering en aandacht voor foutieve lozingen/lozingsrouten. Toezichthouders dragen bij aan een groter bewustzijn van ondernemers door informatie te geven over bepaalde stoffen (ZZS, medicijnresten, microplastics, PFAS) en lozingen bij bedrijven en koepelorganisaties. Vanuit het toezicht worden bedrijven aangedragen waar mogelijk winst te behalen valt door de vergunning te actualiseren. Toezicht heeft een signalerende functie voor het waterschap en reageert op signalen vanuit het waterschap. Er wordt toezicht gehouden op afspoeling bij bedrijven. Hoe zetten we advisering in? Het bewustzijn over stoffen (ZZS, medicijnresten, microplastics, PFAS) en lozingen bij bedrijven wordt vergroot door hier informatie over te geven aan ondernemers. Bijdragen - en deelnemen aan het reeds opgezette Platform Water. Inzetten op het zo uniform mogelijk formuleren van omgevingsplanregels met betrekking tot afvalwatersystemen en lozingen. |
| Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit? | Oppakken in 2026: De richtlijn industriële emissie industrie en veehouderijen (2024) implementeren. Een overzicht samenstellen van de locaties waar de geprioriteerde KRW- én Zeer zorgwekkende stoffen worden geloosd (via platform water) Lozingsroutes in kaart brengen (via platform water). De verschillende wettelijke bevoegdheden en taken in het kader van waterkwaliteit inzichtelijk maken. Een big8 gesprekscyclus inrichten om de voortgang op dit onderwerp te monitoren. Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: Er zijn uren in de DVO’s gereserveerd voor het adequaat oppakken van signalen van het waterschap en andere bevoegde gezagen, voor bemonstering en laboratorium-analyse. Juridische uitwerking maken van de mogelijkheden voor het toepassen van de specifieke zorgplicht. Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Niet van toepassing Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) Niet van toepassing |
| Samenwerking. Met wie werken we samen? | Actief inzetten op het bestaande Netwerk Water en Klimaat, en het Platform Water. Waterschappen, gemeente, provincie, GGDrU, VRU en Rijkswaterstaat. De activiteiten uit dit productblad worden verbonden met het “Uitvoeringsprogramma Impuls KRW” van de Provincie Utrecht. Lees hier meer over het programma. |
| Monitoring. Hoe meten we dit? | Steekproefsgewijs controleren van de juiste toepassing van de richtlijn industriële emissie industrie en veehouderijen en de uitvraag van adviezen aan het waterschap bij vergunningen. Het aantal volgens het programma geactualiseerde vergunningen, waarin voorschriften zijn opgenomen afgestemd op de doelen van de KRW. Het aantal hoog geprioriteerde bedrijven waarbij toezicht is uitgevoerd en het aantal bij deze bedrijven geconstateerde overtredingen bij deze bedrijven. Het toezichtseffect van toezicht op bedrijven die de meeste negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit. De bereikte potentiële uitstootvermindering van stoffen naar water via lozingen, op basis van afvalwaterbemonstering. Het aantal toezichtacties op basis van signalen waterschap. |
| Toekomstbestendige natuur | Biodiversiteit |
| Wat willen wij bereiken? | Bijdragen aan het herstel van de biodiversiteit. |
| Hoe zetten we ons instrumentarium in? | Hoe zetten we vergunningverlening in? Ecologische aspecten worden betrokken bij vooroverleg. Initiatiefnemers worden tijdig gewezen op verplicht uit te voeren onderzoeken en aan te vragen toestemmingen. Voorschriften opnemen in vergunningen ter compensatie van de ingreep en verdere verslechtering van biodiversiteit voorkomen. Rekening houden met cumulatie van negatieve effecten door ingrepen in natuur en landschap. Hoe zetten we toezicht in? Toezicht op basis van risicogerichte analyses. Toezicht op basis van signalen van medeoverheden, partners en inwoners over (mogelijke) overtredingen. Toezichthouders en Boa’s zijn aanspreekpunt voor inwoners en ondernemers (informeren). Andersom signaleren en melden inwoners en ondernemers toezichthouders over overtredingen en trends. Toezicht in gebieden prioriteren op basis van kwetsbaarheid en erkend waardevol en als zodanig aangewezen in de Omgevingsvisie provincie Utrecht. Hoe zetten we advisering in? Advisering op aangevraagde evenementen. Advisering op in ontwerp zijnde projecten. Ondersteuning bij de toepassing van soorten management plannen ( SMP’s). |
| Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit? | Oppakken in 2026: Onderzoek of de aanhaakplicht voor natuur teruggebracht kan worden, op zijn minst regionaal. Een (al dan niet indirecte) lobby voor de terugkeer van de wettelijke aanhaakplicht van natuuractiviteiten. Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: De capaciteitsbehoefte ecologie in beeld brengen en indien nodig de beschikbare capaciteit vergroten. Kennisbijeenkomsten voor ecologen organiseren om hiermee kennisdeling en ontwikkeling op gang te brengen. Bevoegdheden en taken in de vergunning- en toezichtprocessen beschrijven. Wie doet wat en wanneer? Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Inventariseer van beschikbare (basis)gegevens (Zaaksystemen, NDFF, Geoloket etc.) Overzicht van informatiebehoefte bij en van ketenpartners. Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) Ontwikkelen van een Meldingsapp , waarbij de ODU aanjager hiervan is. |
| Samenwerking. Met wie werken we samen? | Samenwerking en communicatie tussen OD, provincie, waterschap en gemeenten. |
| Monitoring. Hoe meten we dit? | Dossiercontrole op tijdige en inhoudelijk volledige advisering bij evenementen en in ontwerp zijnde projecten (minimaal 25 dossiers). Het aantal vooroverleggen waar natuur een rol speelt en in hoeverre ecologie daadwerkelijk is betrokken. Het aantal aanvragen waarbij natuur een rol speelt en in hoeverre initiatiefnemers zijn gewezen op de verplicht uit te voeren onderzoeken en aan te vragen toestemmingen. |
| Milieucriminaliteit | |
| Wat willen wij bereiken? | Bijdragen aan de bestrijding van milieucriminaliteit op landelijke geprioriteerde thema’s: afvalverwerking, asbest, gewasbescher-mingsmiddelen en zeer zorgwekkende stoffen. |
| Hoe zetten we ons instrumentarium in? | Hoe zetten we vergunningverlening in? Medewerkers informeren initiatiefnemers vroegtijdig (preventief) over wettelijke (on) mogelijkheden en gezonde(re) alternatieven bij de toepassing van stoffen. Aanvragen worden getoetst aan het gemeentelijk en provinciaal BIBOB-beleid (BIBOB = Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur). Hoe zetten we toezicht in? Er wordt “afvalstoffen balansonderzoek” gedaan in de ketens van de geprioriteerde thema’s. Samen met de ketenpartners projectmatig ketentoezicht uitvoeren. De uitkomsten van toezichtacties worden geanalyseerd om inzicht te krijgen in waar crimineel gedrag zich voordoet. Hoe zetten we advisering in? Er wordt aan de opdrachtgevers geadviseerd over het op te stellen (en te voeren) BIBOB-beleid. |
| Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit? | Oppakken in 2026: Prioritering per landelijk thema, omdat het niet mogelijk is om alle onderwerpen tegelijk aan te pakken. BIBOB-beleid voor vergunningen opstellen dat regionaal wordt toegepast. Afspraken maken over uniforme uitvoering van de BIBOB-toets door gemeenten en de ODU. Een kwartiermaker aanstellen die het ketentoezicht gaat inrichten, waarbij gebruik wordt gemaakt van de aanwezige kennis bij Omgevingsdienst Rivierenland (ODR), Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) en Milieu- en Omgevingsdienst Rijnmond (DCMR). Afstemmen met gemeentelijke communicatieafdelingen over publicaties met aansprekende voorbeelden. Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: Onderzoeken of- en in hoeverre lokale regels bijdragen aan het voorkomen van milieucriminaliteit en ondermijning. Opstellen van een communicatiekalender over het voorkomen van milieucriminaliteit. Gegevensuitwisseling mogelijk maken met behulp van de handreiking informatiedeling van het IBP-VTH en DPIA (DPIA = data protection impact assessment). Toezichthouders opleiden met het oog op het herkennen van milieucriminaliteit(thema’s). Toezichthouders en opsporingsambtenaren opleiden ten aanzien van de afstemming tussen bestuursrecht en strafrecht. Onderzoeken of lokale regels bijdragen aan het voorkomen van ondermijning en milieucriminaliteit (bijvoorbeeld regels voor horeca) en het delen van inzichten hierover. Onderzoeken welke uitrusting toezichthouders voor welke taken nodig hebben (persoonlijk beschermingsmiddel ofwel PBM). Een centraal overleg en meldpunt inrichten waar signalen en meldingen samenkomen. Een regionaal team opzetten voor ketentoezicht, zoals bij DCMR, om onze regio beter te bedienen. Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Aansluiten bij het platform Veilig Ondernemen. Werken aan bewustwording rondom het voorkomen van ongewenste informatielekken via sociale media. Bijeenkomsten organiseren om van elkaar te kunnen leren en kennis uit te wisselen om zo brede en diepgaande expertise te ontwikkelen bij toezichthouders en Boa’s (buitengewoon opsporingsambtenaren). Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) Niet van toepassing |
| Samenwerking. Met wie werken we samen? | Samen met Openbaar Ministerie (en andere partners, zie onder), analyseren wat de meest effectieven ketenaanpak is. Provincie, gemeenten, ondernemers, waterschappen, politie, DCMR (Milieu- en Omgevingsdienst Rijnmond), CCV (Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid), Riec (Regionale Informatie- en Expertisecentra), EZ (ministerie van Economische Zaken), NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit), IL&T, Landelijke Bijeenkomst Afstemming (LBA), Inlichtingen- en opsporingsdienst van de Inspectie leefomgeving en transport (ILT-IOD). |
| Monitoring. Hoe meten we dit? | In elk dossier is vastgelegd hoe is beoordeelt of BIBOB-toetsing relevant is (representatieve steekproef). Het aantal screenings dat wordt uitgevoerd binnen de BIBOB-toets. Het aantal projectmatig uitgevoerde ketentoezichtsacties en het resultaat hiervan. Het aantal verstrekte adviezen aan deelnemers over BIBOB-beleid. |
| Duurzaamheid | Circulaire economie |
| Wat willen wij bereiken? | De ODU stimuleert circulariteit (grondstofbesparing en afvalpreventie), zolang dat op een veilige en gezonde manier kan. |
| Hoe zetten we ons instrumentarium in? | Hoe zetten we vergunningverlening in? Er wordt getoetst of bedrijven voldoen aan het Bbl ten aanzien van herbruikbare materialen. Het hergebruiken van afval wordt wel overwogen en risicogericht toegestaan d.m.v. proefnemingen. Het stimuleren van grondstoffenbeperking (in vergunningen) door middel van voorschriften. Circulair ontwerp opnemen in vergunningen, zodat bedrijven verplicht zijn circulaire principes toe te passen bij hun activiteiten en ontwikkelingen. Het actualiseren van vergunningen is gebaseerd op sector- en/of specifieke grondstofstromen, zodat de vergunningen altijd relevant blijven voor de geldende situatie en eisen. Hoe zetten we toezicht in? Toezicht op de KPI’s die door bedrijven uitgevoerd moeten worden, mits daar duidelijke voorschriften voor geformuleerd zijn. Het toezicht sluit aan op circulaire materialenplannen, zodat het beleid en de uitvoering goed op elkaar afgestemd zijn. Er is een risicoanalyse voor bodemenergiesystemen en gebieden t.b.v. VTHA. Hoe zetten we advisering in? De ODU draagt bij aan de totstandkoming van regionaal beleid waardoor eerlijke verdeling van energie en water voor alle gebruikers mogelijk wordt. Advisering draagt bij het beter informeren van initiatiefnemers. Advisering richt zich op het stimuleren van circulaire ideeën bij ondernemingen. Adviseren van de opdrachtgevers over proefnemingen en experimenten, waarbij rekening wordt gehouden met landelijke voorbeelden, de financiële draagkracht van initiatiefnemers en eigen ervaring. |
| Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit? | Oppakken in 2026: Een overzicht opstellen van grondstoffen en afvalstromen (bijvoorbeeld de effecten van de naleving op de MPG). Een inventarisatie uitvoeren naar kansen en knelpunten binnen de regelgeving, waarbij er ook gekeken wordt naar de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. Training en opleiding van medewerkers. Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: Toezichthouders trainen en begeleiden in de taak en verantwoordelijkheid om zowel te controleren als te registreren, zodat de naleving van de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) -normen gewaarborgd is. Een monitorings- en evaluatielogica opstellen. Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Definiëren hoe de resultaten (zoals CO2-reductie) gemeten en gerapporteerd worden, met de nadruk op output die direct relateert aan impact. Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) Niet van toepassing |
| Samenwerking. Met wie werken we samen? | Provincie, gemeenten, Omgevingsdienst, waterschappen, VRU, GGDrU. |
| Monitoring. Hoe meten we dit? | Aantal geactualiseerde vergunningen dat is gebaseerd op sector- en/of specifieke grondstofstromen. Controle of systemen voor MPG-monitoring die worden ingevoerd goed gekoppeld zijn aan de bestaande systemen van gemeenten. Aantal bedrijven dat is gecontroleerd op de voorschriften (KPI's) opgenomen in vergunningen en het aantal overtredingen dat daarbij is geconstateerd. Het effect van toezicht . |
| Duurzaamheid | Energiebesparing |
| Wat willen wij bereiken? | Een zo groot mogelijke bijdrage aan energiebesparing bij bedrijven. Een zo groot mogelijke bijdrage aan de vermindering van CO2-uitstoot door bedrijven als gevolg van energiecontroles. Bijdragen aan het verduurzaming van energiegebruik. |
| Hoe zetten we ons instrumentarium in? | Hoe zetten we vergunningverlening in? De vergunningplicht komt slechts in zeer beperkte mate voor. Dat is maatwerk, om die reden wordt er geen algemene tactiek voor geformuleerd. Hoe zetten we toezicht in? Toezicht bij bedrijven op verduurzaming van het energiegebruik. Toezicht op koudemiddelen en stookinstallaties. Toezicht op de energielabelverplichtingen. Toezicht op de inrichting van duurzame energievoorzieningen zoals OBES en GBES. Toezicht op persoonsgebonden mobiliteit. Toezicht op de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPDB IV). Hoe zetten we advisering in? De ODU informeert bedrijven over het nemen van (bovenwettelijke) energiebesparende maatregelen, verbruiken van energie buiten de ‘spits’, verduurzaming van vervoer en het inrichten van duurzame energievoorzieningen. De ODU geeft bedrijven met innovatieve ideeën voor duurzame energieopwekking de ruimte om deze toe te passen, ook al levert dat op korte termijn (2 jaar) nauwelijks besparing op. De ODU verzorgt presentaties bij scholen/universiteiten (de ondernemers van de toekomst). |
| Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit? Monitoring. Hoe meten we dit? | Oppakken in 2026: Definieer de nul situatie voor energieverbruik en Co2- emissie. Breng de top 3 knelpunten in beeld ten aanzien van betrouwbare data. De regio Utrecht organiseert een competitie voor het meest duurzame bedrijf en zet ondernemers die het goed doen in het zonnetje. Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: Er is een overzicht welke werkafspraken er per opdrachtgever gelden ten aanzien van vooroverleg bij bedrijfsmatige ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven bij bedrijven. Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Maak werk- en procesafspraken over welke data op welke wijze geregistreerd wordt en beschikbaar wordt gemaakt. VTH systemen worden aangepast op basis van de afspraken. Landelijk benchmarken. Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) Er is een overzicht van de informatiebehoeften van alle stakeholders binnen de driehoek (Omgevingsdienst, Provincie en Gemeenten). Daaruit komt een algemeen databasis-systeem met een dashboard voor het delen en analyseren |
| Samenwerking. Met wie werken we samen? | Omgevingsdiensten/ODNL, Ministerie, RVO, Gemeenten Provincie (Team energietransitie & Team duurzaamheid), Installateurs, Stedin. |
| Monitoring. Hoe meten we dit? | De ODU onderzoekt of het gebruik van een dashboard, waaruit realtime blijkt hoeveel energiebesparing er gerealiseerd is dankzij de uitvoering van energiecontroles, kan worden toegepast. In dit dashboard wordt de besparing uitgedrukt in gemiddeld energieverbruik of CO2 equivalent per huishouden per jaar. Dit wordt uitgedrukt in zowel bespaarde- KWH als Co2 uitstoot. Het dashboard is gebaseerd op een landelijk model. De ODU het aantal controles, aantal geconstateerde en type/ soort overtredingen en het berekende besparingspotentieel. |
| Duurzaamheid | Bodemenergie |
| Wat willen wij bereiken? | Bijdragen aan het behouden van een juiste balans tussen het beschermen en benutten van het Utrechtse bodemenergiesysteem. Bijdragen aan een eerlijke verdeling van energie en water voor alle eindgebruikers. |
| Hoe zetten we ons instrumentarium in? | Hoe zetten we vergunningverlening in? Er wordt getoetst of de verdeling van energie en water evenredig is. De van negatieve invloed op drinkwatervoorzieningen wordt zo veel mogelijk beperkt dan wel voorkomen. Kwetsbare gebieden worden beschermd door het voorkomen van onnodige doorboring van kleilagen. In vergunningen worden voorschriften opgenomen over monitoring van bodemenergiesystemen. Bij het toetsen van aanvragen en bij vooroverleg wordt beoordeeld of er eventueel bij een alternatieve inrichting (collectief systeem) kan worden aangesloten. Hoe zetten we toezicht in? Toezicht wordt ingezet om de bestaande GBES (Gesloten Energie Systeem)- en OBES-systemen (Open Bodem Energie Systeem) te controleren, waarbij rekening wordt gehouden met het verschil tussen een optimale en een werkende inrichting. Er wordt verder gekeken dan enkel de vergunningvoorschriften. Het doelmatig gebruik staat voorop. Toezichthouders informeren initiatiefnemers over regels en voorschriften. Niet (goed) werkende bodemenergiesystemen in kaart brengen. De ODU houdt toezicht op de boring van lussen t.b.v. warmtepompen bij aanleg. Hoe zetten we advisering in? Advisering gaat uit van een helikopterview (breed belangen afwegen). Er wordt geadviseerd over de ordening van bodemenergiesystemen onderling t.o.v. andere ondergrondbelangen (positie bodemenergie in bronnenmix warmtetransitie). Initiatiefnemers wordt geadviseerd om meer gebruik te maken van één collectief systeem in plaats van meerdere losse systemen. Er wordt geadviseerd over het voorkomen van netcongestie en voorkomen een onterecht grote claim op de ondergrond. Advisering wordt ingezet om de informatievoorziening voor initiatiefnemers te verbeteren (BasisRegistratieOndergrond). |
| Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit? | Oppakken in 2026: De basis is op orde, dat omvat in ieder geval: Er is een overzicht wat wel en niet onder bodemenergie valt (definiëring). Er is een overzicht van bevoegdheden ten aanzien van bodemenergie, I< is hier ook bij betrokken. Er is een geografisch overzicht /afbakening van kwetsbare gebieden, verbodsgebieden, beperkingengebieden en aandachtsgebieden voor bodemenergie. Er is een overzicht van bestaande en nieuw aangevraagde bodemenergiesystemen en hun belangrijkste kenmerken. Er is een overzicht van beschikbare databronnen. Er is een sanctietabel voor in ieder geval: Het overtreden van regels rondom het doorboren en afsluiten van kleilagen. Het toevoegen van verboden stoffen in gesloten systemen. Het inschakelen van niet-gecertificeerde bedrijven. Het overtreden van de regels rondom grondwater beschermingsgebieden. Gestructureerde informatievoorziening. Onderzoek welke data ten aanzien van bodemenergie-systemen nodig is om het zaaksysteem op in te richten. Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: Er is een risicoanalyse voor bodemenergiesystemen en gebieden t.b.v. VTHA. VTHA draagt bij aan de totstandkoming van regionaal beleid waardoor eerlijke verdeling van energie en water voor alle gebruikers mogelijk wordt. Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Niet van toepassing Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) Niet van toepassing |
| Samenwerking. Met wie werken we samen? | Naast de samenwerking tussen gemeenten, ODU en provincie, wordt de taakverdeling met IL&T afgestemd. De ODU is vertegenwoordigd in verschillende overlegvormen: het platform bodem, het kennisnetwerk bodemenergie (landelijk, provincie en gemeenten), het kennisnetwerk bodemenergie (branche- en ketennetwerken), het Vakberaad bodemenergie, de warmtetafels van de RES en de Club Groot Merwede. |
| Monitoring. Hoe meten we dit? | De ODU controleert minimaal 5 % van de dossiers bodemenergie op evenredige verdeling, bescherming van kwetsbare gebieden en drinkwatervoorzieningen en opgenomen voorschriften. Het werkproces bevat een instructie waarin deze inhoudelijke toetsingscriteria zijn opgenomen. Het aantal door toezicht geconstateerde onbekende bodemenergiesystemen. Het aantal uitgevoerde controles, aantal geconstateerde overtredingen en het toezichtseffect. |
bijlage A.
Bijlage A. Uitvoering- en Handhavingsstrategie (U&H strategie) Regio Utrecht 2026
Productbladen
Onderdeel van Uitvoering- en Handhavingsstrategie (U&H strategie) Regio Utrecht 2026
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. Bijlage A. bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon