Aan de havenmanager wordt mandaat verleend tot:
het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2.10, 4.1 en 5.5 van Havenverordening Urk 2026;
het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, en 8 van de Scheepvaartverkeerswet;
Aan de havenmeester, en bij diens afwezigheid aan zijn plaatsvervanger, wordt mandaat verleend tot:
het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 1.4, 1.5, 1.10, 2.9, 2.12, 2.17, 2.20 en 3.6 van Havenverordening Urk 2026;
het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, en 8 van de Scheepvaartverkeerswet;
Artikel 3
Bevoegdheden havenbeheer
Onderdeel van Besluit mandaat, volmacht en machtiging havenmeester 2026