Met inachtneming van artikel 3.6 van de verordening is een inwoner een bijdrage in de kosten verschuldigd bij de toekenning van een maatwerkvoorziening Wmo. De duur waarvoor een inwoner een bijdrage in de kosten verschuldigd is, bedraagt:
Als het een maatwerkvoorziening Wmo betreft die door het college wordt gehuurd, geleased en in bruikleen aan de inwoner wordt verstrekt, de periode zolang de inwoner gebruik maakt van de maatwerkvoorziening;
Als het een maatwerkvoorziening Wmo in de vorm van een pgb betreft, de periode waarvoor de maatwerkvoorziening wordt toegekend of de periode totdat de kostprijs van de voorziening is bereikt;
Als het een maatwerkvoorziening Wmo betreft die door het college is aangeschaft en in bruikleen of eigendom aan de inwoner wordt verstrekt, de periode zolang de inwoner gebruik maakt van de maatwerkvoorziening of de periode totdat de kostprijs van de voorziening is bereikt.
Voor de toegekende maatwerkvoorziening geldt een eigen bijdrage. De hoogte van de eigen bijdrage staat in artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015. Bij een wijziging van artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015 wordt de eigen bijdrage geïndexeerd. De vaststelling van de hoogte van de eigen bijdrage en inning hiervan verloopt via het Centraal Administratie Kantoor (CAK) en zij zal de inwoner informeren over de indexatie.
Artikel 3
Bijdrage in de kosten maatwerkvoorzieningen Wmo 2015
Onderdeel van Besluit Jeugdhulp en Wmo gemeente Houten 2026