Leerlingen die met aangepast vervoer (taxi) naar school gaan, kunnen onacceptabel gedrag vertonen. Zij kunnen met dit gedrag een gevaar voor zichzelf en/of voor anderen veroorzaken, maar ook zorgen voor bedreigende en/of onhygiënische situaties. In de brochure en op de website van de vervoerder staan de gedragsregels van de vervoerder vermeld. Deze gedragsregels vormen de basis bij het bepalen of het gedrag onacceptabel is.
Afhankelijk van de ernst van het ontoelaatbaar gedrag in het taxivervoer, kan er een sanctie worden opgelegd. Er zijn in principe vier sancties mogelijk:
Een telefonische mededeling met uitsluiting voor korte termijn (afkoelperiode);
Een waarschuwingsbrief bij ongewenst gedrag van zowel leerling als ouder/verzorger;
Een tijdelijke uitsluiting;
Een uitsluiting zonder voorgaande waarschuwing op basis van een zeer ernstig incident.
In samenwerking met de vervoerder zijn er door de gemeente duidelijke afspraken gemaakt over hoe te handelen bij ontoelaatbaar gedrag. Deze zijn vastgelegd in het operationeel protocol tussen gemeente en vervoerder. Sancties kunnen worden opgelegd aan de hand van de ernst van het incident. De vervoerder kan sancties A en B zelfstandig opleggen en brengt de gemeente hiervan op de hoogte. Wanneer ernstige incidenten zich voordoen en sancties C en D worden overwogen, is de vervoerder betrokken, echter wordt de definitieve beslissing genomen door het college van B&W.
Aantoonbaar wangedrag kan in principe geen reden zijn om een indicatie voor individueel vervoer af te geven. Bij iedere vorm van uitsluiting voor het leerlingenvervoer worden ouders/verzorgers verantwoordelijk voor de schoolgang en vervoer van hun kind.
Artikel 15:
Ontoelaatbaar gedrag in aangepast vervoer
Onderdeel van Beleidsregels Leerlingenvervoer Voorne aan Zee 2026