1.. De exploitatievergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name van een exploitant en is niet overdraagbaar.

2.. In de exploitatievergunning wordt de naam van de beheerder vermeld.

3.. Aan de exploitatievergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in elk geval betrekking op:

  • - de opening- en sluitingstijden van de speelautomatenhal;
  • - het toezicht in de speelautomatenhal;
  • - het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld;
  • - de exploitatie en inrichting van de speelautomatenhal;
  • - leeftijdsgrens;
  • - reclame;
  • - KEMA-keurcertificaat;
  • - de geldigheidsduur van de vergunning.

4.. Er mogen alleen speelautomaten worden opgesteld welke in eigendom toebehoren aan personen die in het bezit zijn van de in artikel 30h lid 1 in de wet bedoelde vergunning.