Relevant zijn de artikelen 125, 149, 154 en 174 Gemeentewet, de artikelen 416, 417, 417bis, 437 en 437bis, 437ter Wetboek van Strafrecht, artikel 1 Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Wetboek van Strafrecht, artikel 552 Wetboek van Strafvordering, en de artikelen 2:32, 2:67 en 2:68 Apv.
Op grond van artikel 174 Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Hij is daarbij bevoegd om bevelen te geven die met het oog op de bescherming van de veiligheid en gezondheid nodig zijn. Dit is de juridische basis voor het tijdelijk kunnen sluiten van panden van handelaren die zich niet aan de (anti-heling) regels houden. Opmerking verdient dat de burgemeester het pand kan sluiten overeenkomstig artikel 174 Gemeentewet indien optreden conform de Apv geen doel treft. Daarbij moet direct optreden noodzakelijk zijn wegens concrete, zich direct aandienende, situaties die de veiligheid of de gezondheid bedreigen.
Wat de handel in gebruikte goederen betreft, beperkt het Wetboek van Strafrecht zich in Boek III, Titel II voornamelijk tot feiten die samenhangen met de inkoop van goederen. De handhaving van deze regels ligt primair bij politie en justitie.
Op grond van artikel 437 Wetboek van Strafrecht kan de gemeenteraad in een verordening regels stellen met betrekking tot een verkoopregister voor handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen. Ongeregelde goederen zijn bijvoorbeeld ongebruikte goederen die tegen geringere prijs dan gebruikelijke nieuwwaarde zijn verworven, bijvoorbeeld door beschadiging. Onder gebruikte en ongeregelde goederen wordt in deze beleidsregel ieder geval verstaan: metalen, goud, zilver, edelstenen, uurwerken, juwelen, sieraden, kunstvoorwerpen, (onderdelen van) auto's, motorfietsen, bromfietsen en fietsen, mobiele telefoons, foto-, film-, radio-, audio- en videoapparatuur en apparatuur voor automatische registratie. Dit zijn diefstalgevoelige goederen en daarom van belang om correct te registreren. Ondernemingen waar zulke goederen worden verhandeld zijn bijvoorbeeld juweliers, fietsenwinkels, telefoonwinkels en kringloopwinkels.
Artikel 2:67 Apv richt zich op de verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister. Ingevolge artikel 2:32 Apv staat een exploitant van een openbare inrichting niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
In artikel 2:68 Apv zijn voorschriften opgenomen die handelaren in acht moeten nemen bij vestiging, in de uitoefening en beëindiging van hun bedrijf. Deze combinatie van voorschriften is bedoeld om de handelaar een actieve rol te laten vervullen in het voorkómen van handel in gestolen goederen, alsmede door de registratieverplichtingen opsporingsonderzoeken van de politie naar deze goederen en het teruggeven ervan aan de rechtmatige eigenaar te faciliteren.
Een handelaar dient zich aan te melden via het DOL. Voor het bijhouden van de administratie moet de handelaar gebruikmaken van het DOR. De binnentredingsbevoegdheid bij handelaren is voor zowel politie als boa’s geregeld in artikel 552 Wetboek van Strafvordering.
Artikel 3.