Nieuwe ondernemers in Den Helder worden (digitaal) geïnformeerd over het DOL en het DOR. In bijlage 1 staat een format van deze informatiebrief. Bijbehorende aanmeldformulieren en relevante informatieflyers worden ook verstrekt aan nieuwe ondernemers.
In het belang van de aanpak van heling van goederen is het gewenst dat handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen kunnen worden gecontroleerd. Om deze controle mogelijk te maken zijn ondernemers verplicht zich als handelaar kenbaar te maken bij de burgemeester en een doorlopend in- en verkoopregister bij te houden, waarin zij aantekening houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die worden verworven, voorhanden zijn, worden verkocht of op andere wijze worden overgedragen. In Den Helder is de verplichting opgenomen om deze aantekeningen bij te houden in het DOR. Het DOR is gekoppeld aan de politiedatabase ‘’Stop Heling’’ met de aangiftes van gestolen spullen. Na de inkoop van een gestolen product en de registratie in DOR ontvangt de politie geautomatiseerd een notificatiemelding.
Het toezicht op het bijhouden van het DOR wordt uitgeoefend door de buitengewoon opsporingsambtenaren van de gemeente (boa’s). De boa moet op basis van de regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar aangewezen zijn in domein 1 (Openbare ruimte), domein 2 (Milieu, welzijn en infrastructuur) of domein 6 (Generieke opsporing). De boa’s uit domein 1, 2 en 6 zijn zowel bevoegd op grond van het Wetboek van Strafrecht als de Apv. Bij het toezicht zal afstemming worden gezocht met de politie om de boa’s te vergezellen bij een controle als daar aanleiding toe is. Wanneer de boa constateert dat de handelaar één of meerdere overtredingen begaat, krijgt de handelaar eerst een waarschuwing. Zodra de boa vervolgens constateert dat de handelaar overtredingen blijft begaan kan dit leiden tot een last onder dwangsom of sluiting van het pand. Voor welke herstelmaatregel gekozen wordt is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en het type overtreding.
Met sluiting wordt getracht de aanzuigende werking van het pand op het inleveren van gestolen goederen te stoppen, dan wel in de toekomst te voorkomen. Hiermee wordt de keten van het plegen van een misdrijf, het (door)verkopen van de buitgemaakte goederen en daarmee de stimulans tot het plegen van dergelijke misdrijven doorbroken. De handelaar krijgt tijdens de sluiting tevens de gelegenheid zich te beraden op zijn bedrijfsvoering en maatregelen te nemen om herhaling te voorkomen. Bijzondere omstandigheden kunnen een rol spelen bij het besluit om wel of niet een bedrijf te sluiten. De handelaar of belanghebbende, zoals een pandeigenaar, moet zelf kunnen aantonen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden.
Van een bijzondere omstandigheid kan bijvoorbeeld sprake zijn als een handelaar proactief heeft samengewerkt met een overheidsinstantie waardoor diefstal is opgespoord en een veroordeling kan plaatsvinden. Het hebben van financieel nadeel is in beginsel geen reden om van een sluiting af te zien. Indien sluiting van een pand disproportioneel is, maar wel verwijtbaarheid bestaat, kan een last onder dwangsom worden opgelegd aan de handelaar.
Onderhavige beleidsregel en handhavingsmatrix wordt vastgesteld om op een eenduidige wijze te kunnen reageren bij geconstateerde overtredingen van diverse verplichtingen. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de verplichtingen met betrekking tot het inkoopregister en de verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister.
Artikel 4.1.