Aanwezige burgers, vertegenwoordigers van instellingen of
bedrijven kunnen telkens per agendapunt het woord
voeren.
Het woord kan niet gevoerd worden over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en
beroep openstaat of heeft opengestaan;
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
ten minste 24 uur vóór de aanvang van de vergadering aan de
griffie. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en het
agendapunt cq. de agendapunten waarover hij het woord wil
voeren.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
belang is van de orde van de vergadering.
Elke spreker mag per agendapunt in 2 termijnen het woord
voeren waarbij de maximale spreektijd per spreker 10 minuten
per termijn bedraagt.
De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit
heeft verleend.De voorzitter of een lid kan een voorstel
doen voor de behandeling van de inbreng van de burger.
De voorzitter van de raadscommissie kan besluiten af te
wijken van hetgeen in de leden 5 en 6 is bepaald.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 2.
Artikel 16.
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Reglement van orde raadscommissies