Naar hoofdinhoud
Hoe kan een kleinschalig woningbouwinitiatief voorgelegd worden? Indien een initiatiefnemer van mening is dat het initiatief aan het gemeentelijk beleid voldoet? Dan kan de initiatiefnemer een vooroverleg indienen via het Omgevingsloket. Dit vooroverleg dient de volgende onderdelen te bevatten: toelichting op het initiatief, met aandacht voor de beoordelingscriteria en voorwaarden; tekeningen van de bestaande situatie; tekeningen van de nieuw te realiseren situatie. Bij kleinere initiatieven, bijvoorbeeld wonen in een bijgebouw, kan de initiatiefnemer ook meteen een omgevingsvergunning aanvragen via het Omgevingsloket. Hierbij dient de initiatiefnemer stukken aan te leveren die relevant zijn voor een goede beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning. Bijvoorbeeld tekeningen van de bestaande en nieuwe situatie en bouwtekeningen. Wat kost het indienen van een verzoek? Wil een initiatiefnemer een vooroverleg of aanvraag omgevingsvergunning indienen? Dan brengen we leges in rekening. De hoogte van deze kosten staan in de legesverordening van de gemeente. Hoe beoordelen wij een verzoek? Een ingediend vooroverleg of aanvraag omgevingsvergunning komt binnen bij de ODRN. De ODRN beoordeelt of het ingediende verzoek compleet is. Daarna leggen zij het verzoek voor een standpunt voor aan de gemeente. De ODRN koppelt het gemeentelijke standpunt op een vooroverleg weer terug aan de initiatiefnemer. Dit komt dan in het zaaksysteem te staan van de ODRN. Bij een positief standpunt kan de initiatiefnemer het bouwplan uitwerken en een aanvraag omgevingsvergunning indienen. Het in behandeling nemen van een vooroverleg is afhankelijk van de werkvoorraad van de ODRN. De ODRN geeft prioriteit aan het afhandelen van aanvragen omgevingsvergunning. Een aanvraag omgevingsvergunning neemt de ODRN direct in behandeling. Voor een aanvraag omgevingsvergunning geldt een wettelijke termijn van 8 weken, die verlengd kan worden met 6 weken. In uitzonderlijke gevallen is een wijziging van het Omgevingsplan nodig. Dit pakt de gemeente op. De initiatieven toetsen we aan deze beleidsregel. Daarbij kunnen we extern advies vragen. Bijvoorbeeld bij een stedenbouwkundige of de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). De resultaten van deze toetsing (vanuit de beoordelingslijst) zijn onderdeel van ieder initiatief in het advies aan het college. Welk proces volgt er na het principestandpunt? Afhankelijk van het standpunt en het initiatief bepalen we het vervolg van het proces. Dit proces en afspraken over kostenverhaal en de bijdrage aan ambities leggen wij vast in een anterieure overeenkomst over de grondexploitatie. Dan geven we ook aan welke ruimtelijke procedure van toepassing is. In de meeste gevallen is dat een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (afwijken Omgevingsplan). In uitzonderlijke gevallen is een wijziging Omgevingsplan nodig.

Rechtspraak bij dit artikel