1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.

2. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting het eerste jaar van het investeringsplan en neemt kennis van de jaren twee, drie en vier.

3. Burgemeester en wethouders informeren de raad in ieder geval in de tussentijdse rapportages of zo spoedig mogelijk bij majeure afwijkingen (naar oordeel van burgemeester en wethouders) als zij verwachten dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden.

4. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6, eerste lid, doen burgemeester en wethouders voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doen burgemeester en wethouders indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.