1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden burgemeester en wethouders de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.
2. Burgemeester en wethouders kunnen de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar in de tweede tussentijdse rapportage en in de jaarstukken. De voorwaarden waar deze individuele overhevelingen aan moeten voldoen, zijn:
a. Er is een positief jaarrekeningsaldo;
b. Het gaat om een overheveling van minimaal €50.000. Lagere bedragen dienen binnen het programmabudget van het volgende jaar opgevangen te worden;
c. De prestatie was begroot en er is een (contract)verplichting aangegaan, het vloeit voort uit wet- en regelgeving en/of vloeit voort uit een eerder genomen college- of raadsbesluit;
d. De overheveling betreft incidenteel budget;
e. Binnen de begroting van het komende jaar is naar verwachting onvoldoende ruimte om het bestemmingsbedrag binnen bestaande budgetten op te vangen;
f. De activiteit(en) kunnen plaatsvinden naast de reeds begrote werkzaamheden in het komende jaar.