Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1:1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2026

In deze verordening wordt verstaan onder: accountant: degene die door de gemeenteraad is aangewezen voor de controle op de jaarrekening, als bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet; activiteit: het resultaat van een samenhangend handelen, meetbaar gemaakt in tijd, geld en kwaliteit; activiteiten tellen op tot programma’s en taakvelden; apparaatslasten: uitgaven voor personeel en materieel die nodig zijn om de gemeentelijke organisatie te doen functioneren. Dit bevalt zowel uitgaven voor personeel en materieel voor het primaire proces (beleidsproces) als voor de ondersteuning van het primaire proces (de bedrijfsvoering). BBV: Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten, inhoudende de voorschriften voor de begrotings- en verantwoordingsdocumenten, uitvoeringsinformatie en informatie voor derden van provincies en gemeenten; bedrijfsvoering: alle activiteiten die samenhangen met de ondersteuning van het primaire proces; begrotingscyclus: de cyclus van één jaar waarin de voorjaarsnota, de programmabegroting, de najaarsnota en de programmarekening worden behandeld; BUIG: Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten; de uitkering die gemeenten van het Rijk ontvangen ter bekostiging van de uitkeringen aan burgers in het kader van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen; college: het college van burgemeester en wethouders van Den Haag; doelmatigheid: de mate waarin een maximale hoeveelheid producten en prestaties is gerealiseerd met een minimale hoeveelheid middelen of waarin een hogere kwaliteit wordt bereikt bij een gelijkblijvende hoeveelheid middelen; doeltreffendheid: de mate waarin de geleverde activiteiten en prestaties bijdragen aan het realiseren van de gestelde (beleids)doelen; financiële administratie: een onderdeel van de administratieve organisatie, bedoeld om te komen tot een goed inzicht in de financieel-economische positie, het beheer van vermogenswaarden, de uitvoering van de programmabegroting, het afwikkelen van vorderingen en schulden, alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover; financieel beleid: het geheel van maatregelen van college en de gemeenteraad om doelstellingen van de gemeente binnen de financiële kaders te realiseren; indicatoren: de absolute of verhoudingsgetallen die informatie geven over de ontwikkelingen in de output dan wel effecten van een programma of activiteit. Den Haag onderscheidt vier verschillende indicatoren: door de gemeente vastgestelde prestatie-indicatoren, effectindicatoren, kengetallen, en de vanuit het Rijk voorgeschreven beleidsindicatoren; investeren: het vastleggen van vermogen in objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt; materiële vaste activa: investeringen die zijn gedaan waarmee de gemeente materiële bezittingen verkrijgt of vervaardigt die zij langer dan één jaar gebruikt; najaarsnota: raadsvoorstel in de tweede helft van het jaar dat gaat over beleidsarme budgetneutrale begrotingsbijstellingen en de begrotingsuitputting en financiële prognose van het lopende jaar; omslagrente: het interne rentepercentage waarmee de gemeente de financieringskosten toerekent aan haar investeringen en activa. Dit percentage wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de totale rentelasten en -baten, conform de berekeningsmethode die is voorgeschreven door de commissie BBV; overlopende activa: de vooruitbetaalde kosten of nog te ontvangen bedragen; overlopende passiva: de vooruit ontvangen bedragen of nog te betalen kosten; overhead: het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen; overheadkosten: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen; overzicht overhead: onderdeel van de programmabegroting en programmarekening waarop alle lasten en baten, inclusief toevoegingen en onttrekkingen aan reserves (zowel materiële als personele lasten en baten) zijn weergegeven die samenhangen met de overhead; paragrafen: de onderdelen van de beleidsbegroting waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd voor relevante beheersmatige aspecten en de lokale heffingen. De paragrafen vormen in de programmabegroting en programmarekening een dwarsdoorsnede van een onderwerp wat in één of meerdere programma’s terugkomt, en bieden daarmee een verdiepend inzicht; planning- en controlproces: het proces binnen de kaders van het financieel beleid waarbij aansturing van de organisatie plaatsvindt door het formuleren van doelen, het aangeven van termijnen, het beschikbaar stellen van middelen, het aanwijzen van verantwoordelijken, het volgen van de uitvoering, het normeren van gewenste effecten, het meten van resultaten en het informeren van alle betrokkenen; primair proces: alle activiteiten die direct gerelateerd zijn aan het opstellen en uitvoeren van beleid met een uitwerking naar buiten de ambtelijke organisatie van de gemeente (het betreft de medewerkers die niet behoren tot de categorieën medewerkers die onderdeel uitmaken van het overzicht overhead); programma: een aantal samenhangende activiteiten die ten minste voorzien zijn van inhoudelijke doelstellingen, een budget en eventueel indicatoren; voor ieder programma wordt bij de programmabegroting omschreven wat er bereikt gaat worden, wat daarvoor gedaan gaat worden en wat de omvang is van de directe lasten en baten, inclusief toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; programmabegroting: de begroting, bestaande uit de beleidsbegroting en financiële begroting zoals bedoeld in artikel 7 van het BBV; programmarekening: de jaarstukken, bestaande uit het jaarverslag en de jaarrekening, zoals bedoeld in artikel 24 van het BBV; rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college welke onderdeel is van de programmarekening waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving; rekenkamer: de door de gemeenteraad van Den Haag ingestelde rekenkamer, welke is belast met het doen van onderzoek naar de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid; taakveld: een vanuit het BBV voorgeschreven eenheid waarin de programmabegroting en programmarekening worden onderverdeeld en waartoe de bijbehorende lasten en baten, en toevoegingen aan en onttrekkingen van de reserves worden ingedeeld, ten behoeve van vergelijkbaarheid tussen gemeenten en de informatiebehoefte van derden (zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek en de Rijksoverheid); treasuryfunctie: alle activiteiten die zich richten op het sturen, beheersen en verantwoorden van de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s; trend: de indexatie van gemeentelijke budgetten, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan het opvangen van de ontwikkelingen van lonen en prijzen; voorjaarsnota: raadsmededeling in de eerste helft van het jaar die het meerjarige budgettair kader ter voorbereiding op de begroting van het volgende jaar bevat, evenals de begrotingsuitputting en financiële prognose van het lopende jaar; Wet Fido: de Wet financiering decentrale overheden; deze wet regelt het financieringsbeleid van openbare lichamen, met daarin opgenomen de verwijzing naar de ministeriële Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel