1.. Deze verordening is van toepassing op het financiële beheer en beleid van Den Haag.

2.. De uitgangspunten die het college hanteert bij het voeren van het financieel beheer en beleid, zoals beschreven in deze verordening, zijn:

  • - de verantwoordelijkheid van het gehele college voor de begrotingscyclus (artikel 2:1);
  • - het voorzichtigheidsbeginsel (artikel 3:2);
  • - het direct na besluitvorming inboeken van bezuinigingen (artikel 3:2);
  • - geen verplichtingen aangaan zonder financiële dekking (artikel 3:2);
  • - inzet van de algemene reserve uitsluitend na integrale afweging (artikel 3:2);
  • - integrale afweging van financiële wensen tijdens de begrotingsvoorbereiding (artikelen 3:3 en 5:1);
  • - het principe van programmasturing (artikel 5:1);
  • - het onderscheid tussen en afzonderlijke sturing op lasten en baten (artikel 5:1);
  • - het beperken van overheveling van exploitatiebudgetten naar volgende jaren (artikelen 5:1 en 5:7); en
  • - het streven naar een structureel en reëel evenwicht van de programmabegroting (artikel 5:10).