• - Deze verordening treedt in werking met ingang van 29 december 2010 waarbij artikel 7, de artikelen 13 t/m 19 en artikel 21 terugwerkende kracht hebben vanaf 1 januari 2010.
  • - De ”Verordening Wet inburgering Bergen op Zoom”, vastgesteld in de openbare vergadering van 22 maart 2007, vervalt op 29 december 2010.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 december 2010.

De griffier, De voorzitter,

Algemene toelichting

De Wet inburgering regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle onderdanen van derdelanden van 18 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen verblijven. Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de eigen verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgerings-verplichting is voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald (een resultaatsverplichting).

Ook is in de Wet inburgering de vrijwillige inburgering geregeld. De bepalingen in de wet over vrijwillige inburgering zijn zoveel mogelijk geformuleerd overeenkomstig de bepalingen die gelden voor de inburgeringsplichtigen.

Aan gemeenten is in de Wet inburgering een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo dienen inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars in de gemeente goed te worden geïnformeerd over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet.

Daarnaast hebben gemeenten de taak aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars die daarvoor op grond van de wet of het gemeentelijk beleid in aanmerking komen een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening

aan te bieden. Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal. In plaats van een inburgeringsvoorziening mogen gemeenten aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgen of gaan volgen, een taalkennisvoorziening aanbieden.

In de verordening wordt gesproken over ‘voorziening’. Hieronder wordt zowel de inburgeringsvoorziening als de taalkennisvoorziening begrepen.

Ook dienen gemeenten de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen te handhaven. Zo moet het college een bestuurlijke boete opleggen als een inburgeringplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de verplichtingen die voor hem gelden. In de wet is het bedrag bepaald dat ten hoogste als bestuurlijke boete kan worden opgelegd.

Het ligt voor de hand dat het college ook toezicht houdt op de naleving van de overeenkomst die met een vrijwillige inburgeraar wordt aangegaan en zo nodig maatregelen treft.

In verband met deze taken draagt de Wet inburgering gemeenten op om bij verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen:

1.De informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars (artikel 8 en

artikel 24f Wet inburgering).

2.Het aanbieden van een voorziening en de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een

voorziening is vastgesteld (artikel 19, lid 5 en artikel 23, lid 3 Wet inburgering).

  • - Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boetes (artikel 35 Wet inburgering).
  • - Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige inburgeraars (artikel 24a tot en met 24f Wet inburgering).
  • - Het persoonlijk inburgeringsbudget (artikel 19, lid 2 en artikel 24a, lid 2 Wet inburgering).

Het aanbieden van voorzieningen aan inburgeringsplichtigen

Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het inburgeringsexamen. Gemeenten kunnen inburgeringsplichtigen ondersteunen door het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening. Alle inburgeringsplichtigen kunnen in beginsel in aanmerking komen voor een voorziening. Gezien het aantal inburgeringsplichtigen wordt aan alle groepen inburgeringsplichtigen een voorziening aangeboden.

Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en omvat het eenmaal kosteloos afleggen van dat examen. Een inburgeringsvoorziening kan ook een duale inburgeringsvoorziening zijn. Dit is een inburgeringsvoorziening die met het oog op de actieve deelname van de inburgeringsplichtige aan de Nederlandse samenleving mede voorziet in activiteiten die in samenhang, en ten minste voor een deel gelijktijdig, met het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving worden uitgevoerd. Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de kennis van de Nederlands taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (artikel 19, lid 3 Wet inburgering).

De inburgeringsplichtige is verplicht een eigen bijdrage van € 270,00 te betalen voor de voorziening.

Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een voorziening ook uit maatschappelijke begeleiding (artikel 19, lid 6 Wet inburgering).

De wet draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met betrekking tot het aanbieden van een voorziening. Ook is hierin vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval regels moeten worden gesteld:

-De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel

19, lid 5, onderdeel a Wet inburgering).

-De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, lid 5, onder-

deel a Wet inburgering).

-De vaststelling door het college van een passende voorziening, met inbegrip van de totstandkoming en de samen-

stelling van die voorziening (artikel 19, lid 5, onderdeel b Wet inburgering).

-De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is vastgesteld. Deze regels hebben

in ieder geval betrekking op de inning van de eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling in

termijnen (artikel 23, lid 3 Wet inburgering).

Het aanbieden van voorzieningen aan vrijwillige inburgeraars

De bepalingen in de wet over vrijwillige inburgering zijn zoveel mogelijk geformuleerd overeenkomstig de bepalingen die gelden voor de inburgeringsplichtigen. In artikel 24a van de Wet inburgering wordt geregeld, dat het college aan de vrijwillige inburgeraar een aanbod kan doen voor een (duale) inburgeringsvoorziening die toe leidt naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I en II, of een taalkennisvoorziening.

Artikel 24d van de wet regelt dat indien een vrijwillige inburgeraar in aanmerking komt voor een voorziening, het college een aanbod doet aan de vrijwillige inburgeraar. Als de vrijwillige inburgeraar het aanbod voor een voorziening aanvaardt, sluit het college met hem een overeenkomst.

De gemeenteraad stelt in een verordening in ieder geval regels over de procedure die het college volgt voor het doen van een aanbod en de criteria die daarbij worden gehanteerd, de wijze waarop met de vrijwillige inburgeraar in overleg wordt getreden om te komen tot een passende voorziening, met inbegrip van de totstandkoming en samenstelling van die voorziening (artikel 24a, lid 5 Wet inburgering).

Op grond van artikel 24e van de Wet inburgering is de vrijwillige inburgeraar met wie een voorziening is overeen-

gekomen de in artikel 23, lid 2 van de wet vastgestelde eigen bijdrage verschuldigd. Vrijwillige inburgeraars die een gecombineerde voorziening als bedoeld in artikel 24b, lid 1 van de wet moeten volgen, hoeven geen eigen bijdrage te betalen (artikel 24e, lid 3 Wet inburgering).

De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat alle of bepaalde categorieën vrijwillige inburgeraars geen eigen bijdrage hoeven te betalen of een lager bedrag dan het bedrag dat in de wet is vastgelegd (artikel 24e, lid 2).

Artikel 24f van de Wet inburgering draagt gemeenten op om bij verordening regels te stellen over de informatie-

verstrekking door de gemeente aan vrijwillige inburgeraars ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, de inning van de eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen, de niet-nakoming van de overeenkomst alsmede het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige inburgeraar.

Het persoonlijk inburgeringsbudget

Op grond van artikel 19, lid 2 en artikel 24a, lid 2 van de Wet inburgering kan het college een (duale) inburgerings-voorziening of taalkennisvoorziening aanbieden in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget als de inburgeringsplichtige respectievelijk de vrijwillige inburgeraar daarom verzoekt.

Een inburgeringsplichtige of een vrijwillige inburgeraar kan niet zonder meer aanspraak doen op een persoonlijk inburgeringsbudget. Hij dient daartoe een verzoek te doen aan het college. De inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar zal in beginsel zelf op zoek moeten naar een taalaanbieder dat een inburgeringsprogramma kan bieden dat past bij zijn voorkeur en ambities. Het college heeft als taak de inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars bij de vormgeving van hun inburgering en de keuze van een taalaanbieder te begeleiden (artikel 4.27, lid 1 van het Besluit inburgering). De inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar moet een voorstel voor een inburgerings-programma bij het college indienen. Het voorstel van de inburgeringsplichtige of de vrijwillige inburgeraar behoeft

de goedkeuring van het college (artikel 4.27, lid 2 van het Besluit inburgering). Het college beoordeelt het voorstel voor het inburgeringsprogramma of het geschikt is om de betrokkene voor te bereiden op en toe te leiden naar

het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II, en in het geval van een taalkennis-voorziening of deze geschikt is om de betrokkene kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2. De taalaanbieder dient te voldoen aan de eisen die in de verordening zijn gesteld.

De inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar krijgt geen geld in handen. Het geld voor het betalen van de voor- ziening gaat rechtstreeks van de gemeente naar de taalaanbieder.

Gemeenten dienen in hun verordening regels op te nemen die betrekking hebben op het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget (artikel 19, lid 5 en artikel 24a, lid 5 Wet inburgering).

Artikelgewijze toelichting