1.. Het college stemt de voorziening, met uitzondering van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het startniveau, de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige. Het college draagt zorg voor een toets ter bepaling van het startniveau en de leerbaarheid van de inburgeringsplichtige.

2.. Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, wordt de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening afgestemd op de voorziening gericht op arbeidsinschakeling.

3.. Een voorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een of meer van de volgende onderdelen bevatten:

  • - een diagnostisch onderzoek;
  • - maatschappelijke begeleiding / taalcoach;
  • - casemanagement en de daarbij behorende voortgangsgesprekken.