**1..** Bij de verlening van bijzondere bijstand wordt geen toepassing gegeven aan de mogelijkheid van artikel 35, tweede lid Pw om op de toe te kennen bijzondere bijstand een drempelbedrag in mindering te brengen.
**2..** Belanghebbende dient een vermogen te hebben dat minder is dan de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid Pw.
**3..** Er wordt afgeweken van lid 2 indien de aanvraag voor bijzondere bijstand betrekking heeft op:
een situatie waarin er sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid van de aanvrager; of
woonkostentoeslag; of
de kosten voor woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen; of
kosten waarvoor alleen om zeer dringende redenen bijzondere bijstand wordt verleend.
**4..** In de situaties zoals genoemd in het voorgaande lid 3a t/m 3d wordt een lagere vermogensgrens dan vermeld het tweede lid van dit artikel toegepast ter hoogte van:
twee maanden bijstandsnorm wanneer de aanvrager geen kinderen heeft;
drie maanden bijstandsnorm wanneer de aanvrager wel één of meer kinderen heeft.
**5..** Wanneer de aanvrager beschikt of kan beschikken over vermogen waarvan de waarde de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid Pw of lid 4 van deze beleidsregels te boven gaat, dan wordt dit meerdere vermogen in aanmerking genomen bij de berekening van de draagkracht.
**6..** Er geldt een extra vermogensvrijlating indien er sprake is van een reservering voor de uitvaart die op een aparte rekening staat of indien er sprake is van een aparte polis in natura (niet afkoopbaar). De hoogte van de extra vermogensvrijlating is vastgelegd in het geldende Financieel besluit sociaal domein.
**7..** Van het uitgangspunt dat motorvoertuigen meetellen voor de vermogensvaststelling kan worden afgeweken indien:
de het motorvoertuig, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk is en de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 28.816.
In afwijking van het hiervoor gestelde onder lid 4, onderdeel a geldt, indien er sprake is van een aangepast voertuig omdat de persoon of een van de gezinsleden lichamelijke beperkingen heeft, er geen maximumbedrag van € 28.816. .
in de overige gevallen mag de waarde van het motorvoertuig niet meer bedragen dan maximaal € 2.500. Indien de waarde van het motorvoertuig hoger is dan dit maximumbedrag, dan telt alleen het meerdere boven € 2.500 mee voor de vermogensvaststelling. De vrijlating van € 2.500 geldt slechts ten aanzien van één motorvoertuig per gezin. Indien er daarnaast binnen hetzelfde huishouden over nog een motorvoertuig wordt beschikt, wordt de waarde daarvan toegerekend aan het vermogen. Voor de vaststelling van de waarde van het motorvoertuig (inclusief btw) kan gebruik gemaakt worden van de online ANWB-koerslijst. Caravans en boten worden vanwege hun aard in beginsel niet beschouwd als algemeen gebruikelijk en daarom meegeteld met het vermogen.
**8..** Caravans en vaartuigen worden meegeteld bij het vermogen, omdat deze vanwege hun aard in beginsel niet als algemeen gebruikelijk of noodzakelijk worden beschouwd in de zin van artikel 34 lid 2 sub a PW.
**9..** Vermogen in de vorm van een voor eigen bewoning bestemde eigen woning, wordt niet in aanmerking genomen voor de verstrekking van bijzondere bijstand, tenzij het betreft de toekenning van woonkostentoeslag voor een eigen woning.
Hoofdstuk 1.
Artikel 7.
Verantwoordelijkheid tot voldoening uit eigen middelen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Haarlemmermeer 2026