Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 8.

Draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Haarlemmermeer 2026

1.. Bijzondere bijstand wordt verstrekt onder aftrek van de draagkracht. Draagkracht is het gedeelte van het inkomen en vermogen dat de aanvrager bij een aanvraag voor bijzondere bijstand zelf moet inzetten. 2.. Voor de bijzonder bijstand geldt: geen draagkracht hebben belanghebbenden die, op jaarbasis, een netto-inkomen hebben tot 120% van de voor hen geldende bijstandsnorm (beide inclusief vakantiegeld) en die geen vermogen hebben boven de voor hen geldende vermogensgrens, zoals bedoeld in artikel 34 derde lid Pw. 3.. Voor de individuele inkomenstoeslag geldt: geen draagkracht hebben belanghebbenden die, op jaarbasis, een netto-inkomen hebben tot 110% van de voor hen geldende bijstandsnorm (beide inclusief vakantiegeld) en die geen vermogen hebben boven de voor hen geldende vermogensgrens, zoals bedoeld in artikel 34 derde lid Pw. 4.. Indien er sprake is van kostendelende inwoners is de geldende bijstandsnorm van toepassing zonder kostendelende medebewoners. 5.. Wanneer het inkomen meer bedraagt de maximale inkomensgrenzen benoemd in lid 2 en 3 van dit artikel wordt 100% van het meerdere inkomen ingezet ter dekking van de aangevraagde kosten. 6.. In afwijking van het gestelde in lid 3 wordt voor de bepaling van de draagkracht met een percentage van 100 gerekend in de toekenning van bijzondere bijstand voor: woonkostentoeslag; bijstand voor 18 tot 21-jarigen, voor zover die de van toepassing zijnde norm exclusief vakantietoeslag te boven gaat; bijstand voor kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. 7.. Bij de vaststelling van de draagkracht worden de individuele inkomenstoeslag, bijzondere bijstand, minimaregelingen en de middelen zoals genoemd in artikel 31, lid 2 PW beschouwing gelaten. Uitgezonderd zijn de giften en andere vergoedingen zoals benoemd in artikel 31, lid 2 sub m PW. Deze giften en vergoedingen worden al dan niet in aanmerking genomen conform de geldende Beleidsregels vrijlating gemeente Haarlemmermeer. 8.. Het inkomen van een minderjarig kind wordt niet tot de middelen van de aanvrager gerekend. 9.. Indien er sprake is van een inkomen uit een eigen onderneming, dan is voor de bepaling van de draagkracht de belastingaangifte van het voorgaande jaar van toepassing. In geval de ondernemer uitstel heeft voor de betreffende belastingaangifte, dan geschiedt de toets op draagkracht op basis van de ingediende btw-aangiften van dat jaar. 10.. Indien de belanghebbende een hoger vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de PW, of als er een lagere vermogensgrens conform artikel 7, lid 4 van deze beleidsregels van toepassing is, moet 100% van het meerdere vermogen worden ingezet ter dekking van de bijzondere noodzakelijke kosten. 11.. Bij een belanghebbende ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling op grond van de WSNP is uitgesproken of die een minnelijk traject op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) volgt, geldt dat het college enkel de draagkracht kan berekenen over middelen waarover belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft (zie CRvB 01-02-2005, nr. 02/93 NABW). De CRvB neemt hierbij als uitgangspunt dat dit slechts de middelen betreft die op grond van artikel 295 lid 2 Fw buiten de boedel worden gelaten. 12.. Indien belanghebbende een inkomen heeft van meer de maximale inkomensgrenzen benoemd in lid 2 en 3 van dit artikel wordt de draagkracht berekend. Draagkracht is het gedeelte van het inkomen en vermogen dat de aanvrager zelf moet inzetten voor het aangevraagde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel