Er zijn verschillende categorieën rolstoelen. De gemeente bepaalt welke categorie rolstoel wordt ingezet. In het vigerende Besluit zijn de categorieën met rolstoelen vermeld.

Bij de indicatiestelling stelt het college een functioneel programma van eisen (pve) op inclusief de rolstoelcategorie. De leverancier van de rolstoel kiest vervolgens welk merk en type het meest passend is bij het functioneel pve en levert deze rolstoel (selectie). De gemeente kan de keuze van de leverancier controleren zodat de medische situatie en de beperkingen ook altijd in lijn zijn met de gekozen en gerealiseerde rolstoel. Als dat laatste niet het geval is verzoekt de gemeente de leverancier om de gerealiseerde voorziening in lijn te brengen met de medische situatie en de geobjectiveerde beperkingen.

De meeste rolstoelen worden tegenwoordig in standaarduitvoeringen geleverd. Bij de keuze van de rolstoel wordt gezocht naar een rolstoel die in een standaarduitvoering zo passend mogelijk is en ook zoveel mogelijk tegemoetkomt aan de voor de inwoner noodzakelijke specificaties. Toch zullen in een aantal gevallen meer individuele aanpassingen noodzakelijk zijn. Vanuit de Wet zal altijd de keuze voor een goedkoopst compenserende uitvoering leidend zijn. Soms bestaat het aanpassen van de rolstoel uit het toevoegen van standaard rolstoelonderdelen. In andere gevallen moet een aanpassing individueel en op maat gemaakt worden.

De inwoner moet goed met de rolstoel omgaan. Hiervoor wordt een gebruikersovereenkomst afgesloten met de gemeente, de leverancier en de inwoner (gebruiker). In de gebruikersovereenkomst staan rechten en plichten van de inwoner over het correct gebruik door de inwoner van het hulpmiddel.