In de wet wordt uitgegaan van het versterken van de eigen kracht van inwoner. De eigen verantwoordelijkheid van de inwoner is een belangrijke pijler van de wet. De wet is uitsluitend bedoeld om mogelijkheden te bieden door middel van voorzieningen als het niet in iemands eigen vermogen ligt het probleem zelf, of met hulp van mantelzorgers, huisgenoten en personen uit het sociale netwerk op te lossen. De inwoner wordt gestimuleerd zelf de regie te voeren en eigen mogelijkheden te benutten. Hierbij behoort ook dat hij een beroep doet op onder andere familie en vrienden – zijn eigen sociale netwerk – voordat hij bij de gemeente komt voor hulp.

Uitgangspunt is dat iedere inwoner eerst kijkt wat hij zelf kan doen, wat zijn sociale omgeving met en voor hem kan doen of wat hij zelf voor een ander kan doen. Oplossingen die je van een inwoner redelijkerwijs mag verwachten en die de inwoner zelf kan realiseren gaan vóór op de verstrekking van een maatwerkvoorziening.

Eigen mogelijkheden zijn onder andere:

  • - de aanschaf en het gebruik van algemeen verkrijgbare producten;
  • - het geschikt houden van de eigen woning;
  • - een particuliere huishoudelijke hulp;
  • - een glazenwasser;
  • - een tuinman;
  • - opvang- en oppas van kinderen: kinderopvang, naschoolse opvang;
  • - kindzorg na echtscheiding door ex partner;
  • - een andere indeling van de dag;
  • - een andere werkwijze;
  • - een andere taakvolgorde;
  • - afstemming met huisgenoten;
  • - het aanschaffen van strijkvrije kleding.